BWBR0012667
Geldig vanaf 2001-07-25
Artikel 2
Subsidieregeling scholingsimpuls
1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een brancheorganisatie die voor eigen rekening en risico een opscholingsproject uitvoert.
2. Voor een opscholingsproject wordt slechts subsidie verstrekt:
a. indien de ontwikkeling van het opscholingstraject wordt uitgevoerd in samenwerking met tenminste een op het gebied van het aanbieden van scholing deskundige derde;
b. indien het opscholingstraject wordt ontwikkeld voor werknemers, die ten minste een opleiding hebben afgerond als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. indien de kennis, ervaring en resultaten, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 3°, worden vastgelegd in een schriftelijk rapport dat desgevraagd aan een ieder ter beschikking wordt gesteld.
3. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien het opscholingstraject geen betrekking heeft op de ontwikkeling van een algemene opleiding in de zin van verordening (EG) nr. 68/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op opleidingssteun (PbEG L 10);
b. indien voor het opscholingsproject reeds door de minister subsidie is verstrekt;
c. indien de aanvrager vóór het indienen van de aanvraag ter zake van het opscholingsproject reeds verplichtingen is aangegaan;
d. indien aan de aanvrager reeds tweemaal subsidie is verstrekt op grond van deze regeling.
2. Voor een opscholingsproject wordt slechts subsidie verstrekt:
a. indien de ontwikkeling van het opscholingstraject wordt uitgevoerd in samenwerking met tenminste een op het gebied van het aanbieden van scholing deskundige derde;
b. indien het opscholingstraject wordt ontwikkeld voor werknemers, die ten minste een opleiding hebben afgerond als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. indien de kennis, ervaring en resultaten, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 3°, worden vastgelegd in een schriftelijk rapport dat desgevraagd aan een ieder ter beschikking wordt gesteld.
3. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien het opscholingstraject geen betrekking heeft op de ontwikkeling van een algemene opleiding in de zin van verordening (EG) nr. 68/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op opleidingssteun (PbEG L 10);
b. indien voor het opscholingsproject reeds door de minister subsidie is verstrekt;
c. indien de aanvrager vóór het indienen van de aanvraag ter zake van het opscholingsproject reeds verplichtingen is aangegaan;
d. indien aan de aanvrager reeds tweemaal subsidie is verstrekt op grond van deze regeling.