BWBR0012605
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 2
Wet tijdelijke fiscale stimulering van de aankoop van schone personenauto's en bestelauto's
1. Voor een personenauto en een bestelauto waarvan bij het verzoek tot registratie in het kentekenregister is aangetoond dat zij voldoen aan de in het tweede lid vermelde voorwaarden wordt een vermindering toegepast op de verschuldigde motorrijtuigenbelasting over het tijdvak dat aanvangt op de dag van dagtekening van de eerste tenaamstelling van het voor die personenauto of bestelauto opgegeven kenteken in het kentekenregister. Indien het bedrag van de verschuldigde motorrijtuigenbelasting over dat tijdvak lager is dan het bedrag van de vermindering, wordt het verschil uitbetaald aan degene op wiens naam het kenteken is gesteld. De vermindering maakt geen onderdeel uit van de verschuldigde motorrijtuigenbelasting.
2. Een personenauto en een bestelauto met:
a. een motor met een elektrische ontsteking dienen te voldoen aan de emissiegrenswaarden voor de desbetreffende categorie motorrijtuigen vermeld in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4 van Bijlage I bij de richtlijn en aan de emissiegrenswaarden bij koude start en bij lage omgevingstemperatuur vermeld in de tabel in punt 5.3.5.2 van die bijlage;
b. een motor met een compressieontsteking dienen te voldoen aan de grenswaarden voor de desbetreffende categorie motorrijtuigen vermeld in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4 van die bijlage.
3. Bij het verzoek tot registratie van een personenauto of een bestelauto in het kentekenregister dient, voorzover van toepassing:
a. aan de hand van de typegoedkeuring te worden aangetoond dat het desbetreffende type motorrijtuig voldoet aan de voor de desbetreffende categorie motorrijtuigen in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4 van Bijlage I bij de richtlijn vermelde grenswaarden; en
b. aan de hand van het bewijs dat de proef van het type VI vermeld in bijlage VII bij de richtlijn is verricht te worden aangetoond dat het desbetreffende type motorrijtuig voldoet aan de grenswaarden bij koude start en bij lage omgevingstemperatuur vermeld in de tabel in punt 5.3.5.2 van Bijlage I bij de richtlijn.
4. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt voor een personenauto en voor een bestelauto met een motor met een elektrische ontsteking, indien de dagtekening van de eerste tenaamstelling van het kentekenbewijs is gelegen
In het jaar
[tabel]
5. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt voor een personenauto met een motor met een compressieontsteking, indien de dagtekening van de eerste tenaamstelling van het kentekenbewijs is gelegen
In het jaar
[tabel]
6. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt voor een bestelauto met een motor met een compressieontsteking, indien de dagtekening van de eerste tenaamstelling van het kentekenbewijs is gelegen
In het jaar
[tabel]
7. Met betrekking tot gebruikte personenauto's en bestelauto's die na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet voor het eerst in gebruik zijn genomen waarvoor na dat tijdstip voor het eerst in Nederland een kenteken is opgegeven, wordt die in het vierde, vijfde onderscheidenlijk zesde lid genoemde vermindering in aanmerking genomen die van toepassing is in het jaar waarin dat kenteken voor het eerst te naam wordt gesteld.
8. Artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994is van overeenkomstige toepassing.
9. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van deze wet.
10. Dit artikel is niet van toepassing op personenauto's en bestelauto's waarvoor op grond van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994een nihil-tarief van toepassing is of op grond van die wetof de Algemene wet inzake rijksbelastingenaanspraak op vrijstelling van motorrijtuigenbelasting wordt gemaakt.
2. Een personenauto en een bestelauto met:
a. een motor met een elektrische ontsteking dienen te voldoen aan de emissiegrenswaarden voor de desbetreffende categorie motorrijtuigen vermeld in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4 van Bijlage I bij de richtlijn en aan de emissiegrenswaarden bij koude start en bij lage omgevingstemperatuur vermeld in de tabel in punt 5.3.5.2 van die bijlage;
b. een motor met een compressieontsteking dienen te voldoen aan de grenswaarden voor de desbetreffende categorie motorrijtuigen vermeld in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4 van die bijlage.
3. Bij het verzoek tot registratie van een personenauto of een bestelauto in het kentekenregister dient, voorzover van toepassing:
a. aan de hand van de typegoedkeuring te worden aangetoond dat het desbetreffende type motorrijtuig voldoet aan de voor de desbetreffende categorie motorrijtuigen in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4 van Bijlage I bij de richtlijn vermelde grenswaarden; en
b. aan de hand van het bewijs dat de proef van het type VI vermeld in bijlage VII bij de richtlijn is verricht te worden aangetoond dat het desbetreffende type motorrijtuig voldoet aan de grenswaarden bij koude start en bij lage omgevingstemperatuur vermeld in de tabel in punt 5.3.5.2 van Bijlage I bij de richtlijn.
4. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt voor een personenauto en voor een bestelauto met een motor met een elektrische ontsteking, indien de dagtekening van de eerste tenaamstelling van het kentekenbewijs is gelegen
In het jaar
[tabel]
5. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt voor een personenauto met een motor met een compressieontsteking, indien de dagtekening van de eerste tenaamstelling van het kentekenbewijs is gelegen
In het jaar
[tabel]
6. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt voor een bestelauto met een motor met een compressieontsteking, indien de dagtekening van de eerste tenaamstelling van het kentekenbewijs is gelegen
In het jaar
[tabel]
7. Met betrekking tot gebruikte personenauto's en bestelauto's die na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet voor het eerst in gebruik zijn genomen waarvoor na dat tijdstip voor het eerst in Nederland een kenteken is opgegeven, wordt die in het vierde, vijfde onderscheidenlijk zesde lid genoemde vermindering in aanmerking genomen die van toepassing is in het jaar waarin dat kenteken voor het eerst te naam wordt gesteld.
8. Artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994is van overeenkomstige toepassing.
9. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van deze wet.
10. Dit artikel is niet van toepassing op personenauto's en bestelauto's waarvoor op grond van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994een nihil-tarief van toepassing is of op grond van die wetof de Algemene wet inzake rijksbelastingenaanspraak op vrijstelling van motorrijtuigenbelasting wordt gemaakt.