Artikel 1
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder
a. personenauto: een motorrijtuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, en artikel 3 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994;
b. bestelauto: een motorrijtuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994;
c. richtlijn: Richtlijn nr. 70/220/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de luchtverontreiniging door gassen afkomstig van motoren met elektrische ontsteking in motorvoertuigen (PbEG L 76), zoals deze luidt na de wijziging bij Richtlijn nr. 2001/1/EG van het Europese Parlement en de Raad van Europese Gemeenschappen van 22 januari 2001 (PbEG L 35);
d. kentekenregister: het krachtens artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens.
a. personenauto: een motorrijtuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, en artikel 3 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994;
b. bestelauto: een motorrijtuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994;
c. richtlijn: Richtlijn nr. 70/220/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de luchtverontreiniging door gassen afkomstig van motoren met elektrische ontsteking in motorvoertuigen (PbEG L 76), zoals deze luidt na de wijziging bij Richtlijn nr. 2001/1/EG van het Europese Parlement en de Raad van Europese Gemeenschappen van 22 januari 2001 (PbEG L 35);
d. kentekenregister: het krachtens artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens.