BWBR0012589
Geldig vanaf 2001-06-30
Artikel 7
Regeling impuls beroepsonderwijs voor instellingen 2001
De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 3, kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager, indien:
a. er uiterlijk 15 november 2001 geen kwantitatieve en kwalitatieve doelen zijn vastgesteld die bijdragen aan het realiseren van de beoogde kwalificatiewinst;
b. er uiterlijk 1 oktober 2002 geen afsluitende effectrapportage die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, is ingediend bij de minister;
c. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;
d. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd;
e. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de aanvullende vergoeding zijn verbonden, of
f. de ontvanger van de aanvullende vergoeding kennelijk in strijd met het doel van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld.
a. er uiterlijk 15 november 2001 geen kwantitatieve en kwalitatieve doelen zijn vastgesteld die bijdragen aan het realiseren van de beoogde kwalificatiewinst;
b. er uiterlijk 1 oktober 2002 geen afsluitende effectrapportage die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, is ingediend bij de minister;
c. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;
d. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd;
e. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de aanvullende vergoeding zijn verbonden, of
f. de ontvanger van de aanvullende vergoeding kennelijk in strijd met het doel van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld.