BWBR0012562
Geldig vanaf 18-06-2006
Artikel 11
Verordening invoer jonge mannelijke mestrunderen 2001
Ten bewijze dat aan de in de uitvoeringsverordening opgenomen voorwaarden is voldaan dient de importeur ervoor zorg te dragen dat :
1. in de week volgend op het verstrijken van de termijn van 120 dagen de runderen voor controle ter beschikking worden gehouden op een aan het productschap te melden plaats in Nederland, of
2. bij slachting in de week volgend op de 120 dagen termijn een slachtverklaring wordt overgelegd. Een dergelijke verklaring moet worden opgesteld, overeenkomstig een door het bestuur van het productschap vastgesteld model, door een slachthuis dat door de RVV is erkend, onder vermelding van het erkenningsnummer, of
3. bij een om gezondheidsredenen geslacht dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is geslacht, een slachtverklaring zoals bedoeld in het tweede lid, en een door een dierenarts opgestelde verklaring waaruit de noodzaak tot vroegtijdig slachten wegens veterinaire redenen blijkt, wordt overgelegd, of
4. bij een dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is gestorven wegens ziekte of een ongeval, een verklaring door een dierenarts of een andere veterinaire deskundige wordt overgelegd aan het productschap, of
5. wanneer de runderen binnen een week na de 120 dagen termijn worden geëxporteerd het bewijs van uitvoer van de betrokken runderen wordt overlegd.
1. in de week volgend op het verstrijken van de termijn van 120 dagen de runderen voor controle ter beschikking worden gehouden op een aan het productschap te melden plaats in Nederland, of
2. bij slachting in de week volgend op de 120 dagen termijn een slachtverklaring wordt overgelegd. Een dergelijke verklaring moet worden opgesteld, overeenkomstig een door het bestuur van het productschap vastgesteld model, door een slachthuis dat door de RVV is erkend, onder vermelding van het erkenningsnummer, of
3. bij een om gezondheidsredenen geslacht dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is geslacht, een slachtverklaring zoals bedoeld in het tweede lid, en een door een dierenarts opgestelde verklaring waaruit de noodzaak tot vroegtijdig slachten wegens veterinaire redenen blijkt, wordt overgelegd, of
4. bij een dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is gestorven wegens ziekte of een ongeval, een verklaring door een dierenarts of een andere veterinaire deskundige wordt overgelegd aan het productschap, of
5. wanneer de runderen binnen een week na de 120 dagen termijn worden geëxporteerd het bewijs van uitvoer van de betrokken runderen wordt overlegd.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012562
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl