BWBR0012550
Geldig vanaf 2001-07-19
Artikel 27
Besluit luchtkwaliteit
1. Burgemeester en wethouders doen van een inventarisatie als bedoeld in artikel 20, eerste lid, voor 1 mei van het jaar waarin die inventarisatie is verricht, aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag.
2. Burgemeester en wethouders doen op basis van de vaststelling van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM 10), koolmonoxide en benzeen bedoeld in artikel 20, tweede tot en met vijfde lid, voor 1 mei van het jaar waarin de vaststelling heeft plaatsgevonden aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag van:
a. de plaatsen waar overschrijding van de in de artikelen 8, 13, 16 en 17 genoemde waarden is opgetreden, alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen;
b. de plaatsen waar overschrijding van de in de artikelen 9 en 10, genoemde plandrempels voor stikstofdioxide onderscheidenlijk de in artikel 14, genoemde plandrempels voor zwevende deeltjes (PM10) is opgetreden alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen;
c. de reden van de overschrijding van de in onderdeel a of b, bedoelde waarden of plandrempels;
d. de gebruikte meetmethode, de data waarop of de periode waarin de overschrijding van de in onderdeel a of b, bedoelde waarden of plandrempels is opgetreden ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van metingen is verricht;
e. de aan deze vaststelling ten grondslag liggende gegevens ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van een andere methode is verricht, en
f. de maatregelen die zij hebben genomen of nog zullen nemen om de in de artikelen 8, 13, 16 en 17 genoemde waarden te bereiken of te handhaven.
2. Burgemeester en wethouders doen op basis van de vaststelling van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM 10), koolmonoxide en benzeen bedoeld in artikel 20, tweede tot en met vijfde lid, voor 1 mei van het jaar waarin de vaststelling heeft plaatsgevonden aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag van:
a. de plaatsen waar overschrijding van de in de artikelen 8, 13, 16 en 17 genoemde waarden is opgetreden, alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen;
b. de plaatsen waar overschrijding van de in de artikelen 9 en 10, genoemde plandrempels voor stikstofdioxide onderscheidenlijk de in artikel 14, genoemde plandrempels voor zwevende deeltjes (PM10) is opgetreden alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen;
c. de reden van de overschrijding van de in onderdeel a of b, bedoelde waarden of plandrempels;
d. de gebruikte meetmethode, de data waarop of de periode waarin de overschrijding van de in onderdeel a of b, bedoelde waarden of plandrempels is opgetreden ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van metingen is verricht;
e. de aan deze vaststelling ten grondslag liggende gegevens ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van een andere methode is verricht, en
f. de maatregelen die zij hebben genomen of nog zullen nemen om de in de artikelen 8, 13, 16 en 17 genoemde waarden te bereiken of te handhaven.