Indien voor een verzekerde voor het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van dit besluit, overeenkomstig
artikel 9b, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekostenschriftelijk is vastgesteld dat hij is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de
artikelen 11,
12,
13en
21 tot en met 25 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering en de verzekerde op eerderbedoeld tijdstip zijn aanspraak op zorg nog niet tot gelding heeft gebracht, wordt die vaststelling tot twee jaar na dat tijdstip gelijkgesteld met een indicatiebesluit als bedoeld in
artikel 1, onder d, van het Zorgindicatiebesluit.