1. De subsidieplafonds voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond van het
Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten, ontvangen in de in artikel 4, onder a, bedoelde periode, worden vastgesteld op:
a. f 15.000.000,00 voor internationale technologische samenwerkingsprojecten;
b. f 5.000.000,00 voor opkomende markten samenwerkingsprojecten;
c. f 3.000.000,00 voor maritieme samenwerkingsprojecten;
d. f 6.500.000,00 voor ICT-doorbraakprojecten;
e. f 42.500.000,00 voor generieke technologische samenwerkingsprojecten.
2. De subsidieplafonds voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond van het
Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten, ontvangen in de in artikel 4, onder b, bedoelde periode, worden vastgesteld op:
a. € 11.500.000 voor internationale technologische samenwerkingsprojecten;
b. f 3.000.000,00 voor opkomende markten samenwerkingsprojecten;
c. f 2.000.000,00 voor maritieme samenwerkingsprojecten;
d. € 10.000.000 voor ICT-doorbraakprojecten;
e. f 30.000.000,00 voor generieke technologische samenwerkingsprojecten.
3. De subsidieplafonds worden verdeeld op de wijze, bepaald in
artikel 11, tweede lid, van het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten.