BWBR0012464
Geldig vanaf 2001-05-10
Artikel 2
Mandaat Bureau Heffingen
1. De directeur en de plaatsvervangend directeur van het Bureau Heffingen zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen ten aanzien van de in het tweede lid genoemde aangelegenheden.
2. De machtiging, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op:
a. het niet-ontvankelijk verklaren van een op het werkterrein van het Bureau Heffingen betrekking hebbend bezwaarschrift waarin geen sprake is van een besluit dat vatbaar is voor bezwaar of beroep;
b. het niet-ontvankelijk, dan wel gegrond of ongegrond verklaren van een bezwaarschrift dat gericht is tegen een besluit van een divisiemanager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, indien het niet betreft een bezwaarschrift dat vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal of een Directeur-Generaal dient te worden afgedaan;
c. de verdaging van een beslissing op een bezwaarschrift als bedoeld in onderdeel a of b;
d. verzoeken tot heroverweging van op bezwaarschriften genomen beslissingen;
e. verweerschriften en andere stukken in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter, voortvloeiende uit besluiten, genomen krachtens onderdeel a of b;
f. het instellen van hoger beroep of verzet, het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening of een verzoek om opheffing of schorsing van een voorlopige voorziening of het instellen van een ander rechtsmiddel tegen rechterlijke uitspraken in gedingen, voortvloeiend uit besluiten genomen krachtens onderdeel a of b;
g. de beantwoording van aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gerichte brieven die betrekking hebben op het werkterrein van het Bureau Heffingen, indien het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en indien het niet betreft een brief die vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal of een Directeur-Generaal dient te worden afgedaan.
3. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE DIRECTEUR BUREAU HEFFINGEN,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR BUREAU HEFFINGEN,'.
2. De machtiging, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op:
a. het niet-ontvankelijk verklaren van een op het werkterrein van het Bureau Heffingen betrekking hebbend bezwaarschrift waarin geen sprake is van een besluit dat vatbaar is voor bezwaar of beroep;
b. het niet-ontvankelijk, dan wel gegrond of ongegrond verklaren van een bezwaarschrift dat gericht is tegen een besluit van een divisiemanager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, indien het niet betreft een bezwaarschrift dat vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal of een Directeur-Generaal dient te worden afgedaan;
c. de verdaging van een beslissing op een bezwaarschrift als bedoeld in onderdeel a of b;
d. verzoeken tot heroverweging van op bezwaarschriften genomen beslissingen;
e. verweerschriften en andere stukken in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter, voortvloeiende uit besluiten, genomen krachtens onderdeel a of b;
f. het instellen van hoger beroep of verzet, het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening of een verzoek om opheffing of schorsing van een voorlopige voorziening of het instellen van een ander rechtsmiddel tegen rechterlijke uitspraken in gedingen, voortvloeiend uit besluiten genomen krachtens onderdeel a of b;
g. de beantwoording van aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gerichte brieven die betrekking hebben op het werkterrein van het Bureau Heffingen, indien het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en indien het niet betreft een brief die vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal of een Directeur-Generaal dient te worden afgedaan.
3. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE DIRECTEUR BUREAU HEFFINGEN,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR BUREAU HEFFINGEN,'.