BWBR0012424
Geldig vanaf 2001-04-27
Artikel 2
Uitvoeringsregeling voorraadvorming aardolieproducten 2001
1. Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001, wordt de uitslag waarvoor geen aangifte is gedaan omdat geen accijns is verschuldigd, als volgt vastgesteld:
a. de uitslag waarvoor in het referentiejaar vrijstelling van accijns is verleend op grond van artikel 66, eerste lid, van de Wet op de accijns, wordt verminderd met dat deel van die uitslag waarvan de bestemming was: internationale zeevaart;
b. de uitslag waarvoor in het referentiejaar vrijstelling van accijns is verleend op grond van andere artikelen van de Wet op de accijns, wordt op nihil gesteld.
2. De omvang van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt berekend naar de verklaringen, bedoeld in de artikelen 19, eerste lid, onderdeel b, en 21, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns.
a. de uitslag waarvoor in het referentiejaar vrijstelling van accijns is verleend op grond van artikel 66, eerste lid, van de Wet op de accijns, wordt verminderd met dat deel van die uitslag waarvan de bestemming was: internationale zeevaart;
b. de uitslag waarvoor in het referentiejaar vrijstelling van accijns is verleend op grond van andere artikelen van de Wet op de accijns, wordt op nihil gesteld.
2. De omvang van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt berekend naar de verklaringen, bedoeld in de artikelen 19, eerste lid, onderdeel b, en 21, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns.