BWBR0012372
Geldig vanaf 2001-04-01
Artikel 3
Tijdelijke regeling overgangsrecht inburgering nieuwkomers in verband met de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000
Voor de vreemdeling die met toepassing van artikel 115, eerste lid, juncto zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000van rechtswege wordt aangemerkt als houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van laatstgenoemde wet, geldt:
a. in afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet dat het formulier, bedoeld in het laatstgenoemde lid, hem wordt overhandigd tegelijk met het document van genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dat hem wordt uitgereikt; en
b. in afwijking van artikel 2, tweede lid, van de wet dat hij voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde verplichting binnen zes weken nadat hem het document van genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is uitgereikt.
a. in afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet dat het formulier, bedoeld in het laatstgenoemde lid, hem wordt overhandigd tegelijk met het document van genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dat hem wordt uitgereikt; en
b. in afwijking van artikel 2, tweede lid, van de wet dat hij voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde verplichting binnen zes weken nadat hem het document van genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is uitgereikt.