Voor de vreemdeling die met toepassing van
artikel 115, eerste lid, juncto zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000van rechtswege wordt aangemerkt als houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in
artikel 28 van laatstgenoemde wet, geldt:
a. in afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet dat het formulier, bedoeld in het laatstgenoemde lid, hem wordt overhandigd tegelijk met het document van genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dat hem wordt uitgereikt; en
b. in afwijking van artikel 2, tweede lid, van de wet dat hij voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde verplichting binnen zes weken nadat hem het document van genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is uitgereikt.