BWBR0012344
Geldig vanaf 2001-03-28
Artikel 7
Regeling impuls beroepsonderwijs 2000/2001 voor instellingen van voorbereidend en middelbaar groen onderwijs
De aanvullende vergoeding kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager indien:
a. er uiterlijk 1 juli 2001 geen tussenrapportage die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, is ingediend bij de AOC-raad;
b. er uiterlijk 1 februari 2002 geen eindrapportage die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, is ingediend bij de AOC-raad;
c. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;
d. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd;
e. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de aanvullende vergoeding zijn verbonden;
f. de ontvanger van de aanvullende vergoeding kennelijk in strijd met het doel van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld, of
g. de ontvanger een projectplan heeft ingediend en uitgevoerd voor een lager bedrag dan het evenredig gedeelte genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid.
a. er uiterlijk 1 juli 2001 geen tussenrapportage die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, is ingediend bij de AOC-raad;
b. er uiterlijk 1 februari 2002 geen eindrapportage die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, is ingediend bij de AOC-raad;
c. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;
d. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd;
e. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de aanvullende vergoeding zijn verbonden;
f. de ontvanger van de aanvullende vergoeding kennelijk in strijd met het doel van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld, of
g. de ontvanger een projectplan heeft ingediend en uitgevoerd voor een lager bedrag dan het evenredig gedeelte genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid.