1. Het bevoegd gezag verantwoordt de aanvullende vergoeding door middel van:
a. een inhoudelijke verantwoording bestaande uit de tussen- en eindrapportage, die uiterlijk 1 juli 2001 respectievelijk 1 februari 2002 aan de AOC-raad worden gezonden, en
b. een financiële verantwoording.
2. De financiële verantwoording, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven op de wijze zoals omschreven in de Regeling Financieel jaarverslag (jaarrekening) voor instellingen/organen in de BVE-sector met ingang van het verslagjaar 2000. Een instelling als bedoeld in
artikel 10a van de Wet op het voortgezet onderwijsgeeft een financiële verantwoording op de wijze zoals omschreven in de Regeling Financieel jaarverslag scholen voor voortgezet onderwijs met ingang van het verslagjaar 2000.
3. De tussenrapportage, bedoeld in het eerste lid omvat tenminste:
a. de uitwerking van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2;
b. een duidelijke en concrete omschrijving van de voorgestelde opbrengst van het project op 1 juli 2001 en de wijze waarop deze opbrengst bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2;
c. een duidelijke en concrete omschrijving van de uitvoering van de activiteiten van het project, en
d. de wijze waarop tussen mbo-groen, vmbo-groen en het landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet wordt samengewerkt.
3. De eindrapportage bedoeld in het eerste lid omvat tenminste de gerealiseerde opbrengst van het project op 31 december 2001.
4. Het project wordt voor 1 februari 2002 afgerond.