BWBR0012331
Geldig vanaf 2001-03-22
Artikel 4
Instellingsbesluit Comité van Toezicht Plattelandsontwikkelingsplan Nederland
1. Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van respectievelijk de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten, benoemd door respectievelijk de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten.
2. Het voorzitterschap berust bij de minister.
3. Voor de eerste keer worden benoemd:
a. drs. K.S. Heldoorn, Gedeputeerde van de provincie Fryslân;
b. Ir. J.C. Boxem, Gedeputeerde van de provincie Gelderland;
c. R.C. Robbertsen, Gedeputeerde van de provincie Utrecht;
d. G. Driessen, Gedeputeerde van de provincie Limburg;
e. ir. J.F. de Leeuw, Directeur-Generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
f. ir. C.J. Vriesman, Directeur-Generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
4. Het comité bestaat uit maximaal negen leden.
5. Het comité vergadert tenminste twee maal per jaar.
6. De voorzitter van het comité kan in aanvulling hierop, wanneer hij dat noodzakelijk acht, extra vergaderingen uitschrijven, of in voorkomende gevallen gebruik maken van een schriftelijke vergaderprocedure.
7. Het secretariaat van het comité berust bij het regiebureau, bestaande uit daartoe aangewezen ambtenaren van de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten.
8. Omtrent de werkwijze en de inrichting van het comité en het secretariaat kunnen nadere regels worden gesteld.
2. Het voorzitterschap berust bij de minister.
3. Voor de eerste keer worden benoemd:
a. drs. K.S. Heldoorn, Gedeputeerde van de provincie Fryslân;
b. Ir. J.C. Boxem, Gedeputeerde van de provincie Gelderland;
c. R.C. Robbertsen, Gedeputeerde van de provincie Utrecht;
d. G. Driessen, Gedeputeerde van de provincie Limburg;
e. ir. J.F. de Leeuw, Directeur-Generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
f. ir. C.J. Vriesman, Directeur-Generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
4. Het comité bestaat uit maximaal negen leden.
5. Het comité vergadert tenminste twee maal per jaar.
6. De voorzitter van het comité kan in aanvulling hierop, wanneer hij dat noodzakelijk acht, extra vergaderingen uitschrijven, of in voorkomende gevallen gebruik maken van een schriftelijke vergaderprocedure.
7. Het secretariaat van het comité berust bij het regiebureau, bestaande uit daartoe aangewezen ambtenaren van de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten.
8. Omtrent de werkwijze en de inrichting van het comité en het secretariaat kunnen nadere regels worden gesteld.