BWBR0012331
Geldig vanaf 2001-03-22
Artikel 3
Instellingsbesluit Comité van Toezicht Plattelandsontwikkelingsplan Nederland
Het comité heeft ten aanzien van het Plattelandsontwikkelingsplan de volgende taken:
a. toezien op de voortgang van de uitvoering van het Plattelandsontwik-kelingsplan met de daarin opgenomen rijksregelingen en provinciale programma's teneinde een volledige besteding te waarborgen van de op grond van verordening (EG) nr. 1257/99 door de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de uitvoering van het Plattelandsontwik-kelingsplan beschikbaar gestelde middelen, en daarover te rapporteren aan de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten;
b. voorbereiden en zo nodig coördineren van de besluitvorming door de minister, en voorzover van toepassing de betrokken ministers, respectievelijk de gedeputeerde staten, met betrekking tot de rijksregelingen respectievelijk de provinciale programma's;
c. beoordelen van de jaarlijkse voortgangsrapportages als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1257/99, haar bevindingen terzake vast te leggen en kenbaar te maken aan de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten;
d. doen van voorstellen tot wijziging van het Plattelandsontwikkelingsplan aan de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten teneinde een volledige besteding te waarborgen van de op grond van verordening (EG) nr. 1257/99 door de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsplan beschikbaar gestelde middelen en de in het Plattelandsontwikkelingsplan opgenomen doelen te realiseren.
e. opstellen van de tussentijdse evaluatie en eindevaluatie van het Plattelandsontwikkelingsplan ten behoeve van de Europese Commissie, als bedoeld in artikel 49, eerste lid van verordening (EG) nr. 1257/99.
a. toezien op de voortgang van de uitvoering van het Plattelandsontwik-kelingsplan met de daarin opgenomen rijksregelingen en provinciale programma's teneinde een volledige besteding te waarborgen van de op grond van verordening (EG) nr. 1257/99 door de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de uitvoering van het Plattelandsontwik-kelingsplan beschikbaar gestelde middelen, en daarover te rapporteren aan de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten;
b. voorbereiden en zo nodig coördineren van de besluitvorming door de minister, en voorzover van toepassing de betrokken ministers, respectievelijk de gedeputeerde staten, met betrekking tot de rijksregelingen respectievelijk de provinciale programma's;
c. beoordelen van de jaarlijkse voortgangsrapportages als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1257/99, haar bevindingen terzake vast te leggen en kenbaar te maken aan de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten;
d. doen van voorstellen tot wijziging van het Plattelandsontwikkelingsplan aan de minister, de betrokken ministers en de gedeputeerde staten teneinde een volledige besteding te waarborgen van de op grond van verordening (EG) nr. 1257/99 door de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsplan beschikbaar gestelde middelen en de in het Plattelandsontwikkelingsplan opgenomen doelen te realiseren.
e. opstellen van de tussentijdse evaluatie en eindevaluatie van het Plattelandsontwikkelingsplan ten behoeve van de Europese Commissie, als bedoeld in artikel 49, eerste lid van verordening (EG) nr. 1257/99.