BWBR0012282
Geldig vanaf 2001-03-30
Artikel 2
Scholingsfaciliteitenregeling Ministerie van Justitie 2001
1. De betrokkene die voor scholingsfaciliteiten in aanmerking wenst te komen, dient een aanvraag daartoe voor de aanvang van de studie in bij het bevoegd gezag. Hij laat deze aanvraag vergezeld gaan van de voor de beoordeling door het bevoegd gezag noodzakelijke gegevens en van een schatting van de te maken scholingskosten.
2. Het bevoegd gezag kan, alvorens scholingsfaciliteiten te verlenen, een studieadvies inwinnen. Tenzij een dergelijk advies wordt ingewonnen op uitdrukkelijk verzoek van de betrokkene komen de daaraan verbonden kosten voor rekening van het rijk.
3. Scholingsfaciliteiten worden verleend voor maximaal de normaal te achten duur van de studie. Het bevoegde gezag kan deze termijn verlengen.
4. Verleende scholingsfaciliteiten kunnen - al dan niet tijdelijk - worden ingetrokken indien de betrokkene niet in die mate studeert of vorderingen maakt dat hij in staat kan worden geacht de studie binnen de normaal te achten termijn te voltooien.
5. De intrekking geschiedt niet indien de betrokkene aannemelijk maakt dat deze omstandigheid niet aan hem zelf te wijten is.
2. Het bevoegd gezag kan, alvorens scholingsfaciliteiten te verlenen, een studieadvies inwinnen. Tenzij een dergelijk advies wordt ingewonnen op uitdrukkelijk verzoek van de betrokkene komen de daaraan verbonden kosten voor rekening van het rijk.
3. Scholingsfaciliteiten worden verleend voor maximaal de normaal te achten duur van de studie. Het bevoegde gezag kan deze termijn verlengen.
4. Verleende scholingsfaciliteiten kunnen - al dan niet tijdelijk - worden ingetrokken indien de betrokkene niet in die mate studeert of vorderingen maakt dat hij in staat kan worden geacht de studie binnen de normaal te achten termijn te voltooien.
5. De intrekking geschiedt niet indien de betrokkene aannemelijk maakt dat deze omstandigheid niet aan hem zelf te wijten is.