BWBR0012223
Geldig vanaf 2001-03-30
Artikel 16
Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen
1. De pensioenen, verhogingen en toelagen eindigen met het einde van de maand waarin de rechthebbende is overleden en uiterlijk op de dag waarop de rechthebbende de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
2. In afwijking van het eerste lid eindigen de pensioenen, verhogingen en toelagen bij vermissing op een door Onze Minister te bepalen dag.
3. Indien de vermiste militair, wiens aanspraken op grond van het tweede lid zijn beëindigd, in leven blijkt te zijn, herleven die aanspraken met ingang van een door Onze Minister te bepalen dag.
4. In afwijking van het eerste lid, eindigen de pensioenen en verhogingen op grond van dit besluit uiterlijk op de dag waarop de rechthebbende de leeftijd van 65 jaar bereikt indien aan de rechthebbende voor 1 januari 2017 ontslag is verleend of indien de rechthebbende een militair is die een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 39a, eerste tot en met vierde lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
2. In afwijking van het eerste lid eindigen de pensioenen, verhogingen en toelagen bij vermissing op een door Onze Minister te bepalen dag.
3. Indien de vermiste militair, wiens aanspraken op grond van het tweede lid zijn beëindigd, in leven blijkt te zijn, herleven die aanspraken met ingang van een door Onze Minister te bepalen dag.
4. In afwijking van het eerste lid, eindigen de pensioenen en verhogingen op grond van dit besluit uiterlijk op de dag waarop de rechthebbende de leeftijd van 65 jaar bereikt indien aan de rechthebbende voor 1 januari 2017 ontslag is verleend of indien de rechthebbende een militair is die een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 39a, eerste tot en met vierde lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement.