BWBR0012223
Geldig vanaf 2001-03-30
Artikel 11
Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen
1. De dienstplichtige of reservist bij wie een bepaalde mate van invaliditeit met dienstverband is vastgesteld die is ontstaan in het met een ontslag als zodanig beëindigde tijdvak van zijn werkelijke dienst, heeft recht op een invaliditeitspensioen.
2. De in het eerste lid bedoelde gewezen militair heeft naar de daartoe in artikel 8neergelegde normen en voorwaarden recht op een bijzondere invaliditeitsverhoging.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde rechten worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 7, eerste, tweede en vierde liden artikel 8.
4. Het invaliditeitspensioen voor de dienstplichtige of reservist wordt uitbetaald voor zover het de som van de aan dezelfde dienstverhouding te ontlenen uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenen de in artikel 10bedoelde verhoging daarvan overschrijdt.
5. Het in het eerste lid bedoelde invaliditeitspensioen behoort niet tot de inkomsten die ingevolge de kortingsbepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenof een daarmee vergelijkbare andere wettelijke regeling op een arbeidsongeschiktheidsuitkering kunnen worden gekort.
6. Nadere voorschriften voor de vaststelling van de bij toepassing van dit artikel te hanteren berekeningsgrondslag worden neergelegd in een ministeriële regeling.
7. Het recht op een invaliditeitspensioen bestaat niet gedurende de periode dat aanspraak bestaat op de Inkomensvoorziening in verband met zorg als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Veteranenbesluit.
2. De in het eerste lid bedoelde gewezen militair heeft naar de daartoe in artikel 8neergelegde normen en voorwaarden recht op een bijzondere invaliditeitsverhoging.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde rechten worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 7, eerste, tweede en vierde liden artikel 8.
4. Het invaliditeitspensioen voor de dienstplichtige of reservist wordt uitbetaald voor zover het de som van de aan dezelfde dienstverhouding te ontlenen uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenen de in artikel 10bedoelde verhoging daarvan overschrijdt.
5. Het in het eerste lid bedoelde invaliditeitspensioen behoort niet tot de inkomsten die ingevolge de kortingsbepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenof een daarmee vergelijkbare andere wettelijke regeling op een arbeidsongeschiktheidsuitkering kunnen worden gekort.
6. Nadere voorschriften voor de vaststelling van de bij toepassing van dit artikel te hanteren berekeningsgrondslag worden neergelegd in een ministeriële regeling.
7. Het recht op een invaliditeitspensioen bestaat niet gedurende de periode dat aanspraak bestaat op de Inkomensvoorziening in verband met zorg als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Veteranenbesluit.