BWBR0012195
Geldig vanaf 2001-02-10
Artikel 10
Subsidieregeling beurzenprogramma DELTA
1. Subsidie wordt verleend ten behoeve van het verstrekken van beurzen aan studenten uit de doelgebieden voor het volgen van hoger onderwijs aan een instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend ten behoeve van studenten die:
a. niet ouder zijn dan 35 jaar,
b. een niet-Nederlandse vooropleiding hebben,
c. ten minste drie maanden hoger onderwijs, dat is onderworpen aan het systeem van kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 1.18 van de WHW, zullen volgen, en
d. voldoen aan de algemene voorwaarden van 2.1 tot en met 2.4 en 3 van de Vreemdelingencirculaire 1994, zoals vastgesteld bij beschikking van de Staatssecretaris van Justitie op 30 december 1993 (Stcrt. 1993, 252).
3. Subsidie wordt verleend ten behoeve van beursverstrekking aan studenten uit doelgebieden waar een NESO of een NESO in oprichting is gevestigd, waaraan de subsidieaanvrager deelneemt respectievelijk waarvan hij een intentieverklaring tot deelname heeft.
4. Een met subsidie als bedoeld in het eerste lid, te verstrekken beurs bedraagt per studiejaar ten minste de omvang van het geïndexeerde collegegeld, bedoeld in artikel 7.43, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en ten hoogste € 11.344,51 (ƒ 25.000)
2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend ten behoeve van studenten die:
a. niet ouder zijn dan 35 jaar,
b. een niet-Nederlandse vooropleiding hebben,
c. ten minste drie maanden hoger onderwijs, dat is onderworpen aan het systeem van kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 1.18 van de WHW, zullen volgen, en
d. voldoen aan de algemene voorwaarden van 2.1 tot en met 2.4 en 3 van de Vreemdelingencirculaire 1994, zoals vastgesteld bij beschikking van de Staatssecretaris van Justitie op 30 december 1993 (Stcrt. 1993, 252).
3. Subsidie wordt verleend ten behoeve van beursverstrekking aan studenten uit doelgebieden waar een NESO of een NESO in oprichting is gevestigd, waaraan de subsidieaanvrager deelneemt respectievelijk waarvan hij een intentieverklaring tot deelname heeft.
4. Een met subsidie als bedoeld in het eerste lid, te verstrekken beurs bedraagt per studiejaar ten minste de omvang van het geïndexeerde collegegeld, bedoeld in artikel 7.43, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en ten hoogste € 11.344,51 (ƒ 25.000)