BWBR0012175
Geldig vanaf 2001-01-31
Artikel 9
Besluit tender investeringsprogramma's provincies 2000
1. Onze Minister wint omtrent een aanvraag waarop niet met toepassing van artikel 8afwijzend wordt beslist het advies in van de commissie, bedoeld in artikel 5.
2. De commissie neemt in aanmerking de verhouding tussen de provinciale taakstelling en de nationale taakstelling met betrekking tot de voorziene spanning tussen vraag en aanbod van te ontwikkelen bedrijventerreinen en met betrekking tot de omvang van de oppervlakte verouderde bedrijventerreinen.
3. De commissie toetst de aanvragen voorts op de volgende onderdelen:
a. de mate waarin het investeringsprogramma bijdraagt aan de in de visie gesignaleerde behoefte aan verbetering van de kwaliteit van het regionale investeringsklimaat en
b. de haalbaarheid van het geheel van projecten.
4. De in het tweede lid bedoelde verhouding wordt uitgedrukt in een bij ministeriële regeling aan de hand van recente ramingen te bepalen aantal punten.
5. De mate waarin het investeringsprogramma bijdraagt aan de in de visie gesignaleerde behoefte aan verbetering van de kwaliteit van het regionale investeringsklimaat wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria:
a. de bijdrage die ontwikkelingsprojecten leveren aan de verbetering van de kwantitatieve aanbodsituatie en de bijdrage die herstructureringsprojecten leveren aan de verbetering van de kwalitatieve aanbodsituatie, beide in termen van het totaal aantal bruto hectaren;
b. de bijdrage van het geheel van projecten aan de volgende beleidsdoelen: 1°. het verbeteren van de bereikbaarheid van bestaande bedrijventerreinen,
2°. het beschikbaar komen van ruimte voor bedrijven die als gevolg van extensief ruimtegebruik of nadelige effecten op de omgeving moeilijk plaatsbaar zijn maar die voor de regionaal-economische structuur van belang zijn,
3°. het bevorderen van ondernemerschap door het realiseren van bedrijfsverzamelgebouwen;
1°. het verbeteren van de bereikbaarheid van bestaande bedrijventerreinen,
2°. het beschikbaar komen van ruimte voor bedrijven die als gevolg van extensief ruimtegebruik of nadelige effecten op de omgeving moeilijk plaatsbaar zijn maar die voor de regionaal-economische structuur van belang zijn,
3°. het bevorderen van ondernemerschap door het realiseren van bedrijfsverzamelgebouwen;
c. de bijdrage van projecten aan duurzaamheid op bedrijventerreinen, uitgedrukt in: 1°. goed beheer,
2°. multimodaliteit en optimaal gebruik van bestaande infrastructurele voorzieningen,
3°. optimalisatie van personen- en goederenvervoer,
4°. meervoudig en collectief ruimtegebruik en
5°. industriële ecologie;
1°. goed beheer,
2°. multimodaliteit en optimaal gebruik van bestaande infrastructurele voorzieningen,
3°. optimalisatie van personen- en goederenvervoer,
4°. meervoudig en collectief ruimtegebruik en
5°. industriële ecologie;
d. de bijdrage van de beleidsvoornemens aan de in de visie gesignaleerde behoefte aan verbetering van het regionale investeringsklimaat door het wegnemen van knelpunten of het benutten van potenties uitgedrukt in impulsen voor: 1°. versterking van de productiestructuur,
2°. verbetering van de bestuurlijke samenwerking,
3°. bevordering van ondernemerschap,
4°. verbetering van de arbeidsmarktsituatie,
5°. technologieontwikkeling,
6°. verbetering van het woonmilieu.
1°. versterking van de productiestructuur,
2°. verbetering van de bestuurlijke samenwerking,
3°. bevordering van ondernemerschap,
4°. verbetering van de arbeidsmarktsituatie,
5°. technologieontwikkeling,
6°. verbetering van het woonmilieu.
6. De in het derde lid, onder b, bedoelde haalbaarheid van het geheel van projecten wordt bepaald aan de hand van een haalbaarheidsanalyse die de provincie uitvoert op basis van door de betrokken gemeenten in te vullen lijsten waarin kansen en risico's worden belicht.
7. De wegingsfactoren van de in het tweede, derde, vijfde en zesde lid bedoelde toetsingscriteria worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
8. De commissie rangschikt de aanvragen naar gelang van de eindscore.
2. De commissie neemt in aanmerking de verhouding tussen de provinciale taakstelling en de nationale taakstelling met betrekking tot de voorziene spanning tussen vraag en aanbod van te ontwikkelen bedrijventerreinen en met betrekking tot de omvang van de oppervlakte verouderde bedrijventerreinen.
3. De commissie toetst de aanvragen voorts op de volgende onderdelen:
a. de mate waarin het investeringsprogramma bijdraagt aan de in de visie gesignaleerde behoefte aan verbetering van de kwaliteit van het regionale investeringsklimaat en
b. de haalbaarheid van het geheel van projecten.
4. De in het tweede lid bedoelde verhouding wordt uitgedrukt in een bij ministeriële regeling aan de hand van recente ramingen te bepalen aantal punten.
5. De mate waarin het investeringsprogramma bijdraagt aan de in de visie gesignaleerde behoefte aan verbetering van de kwaliteit van het regionale investeringsklimaat wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria:
a. de bijdrage die ontwikkelingsprojecten leveren aan de verbetering van de kwantitatieve aanbodsituatie en de bijdrage die herstructureringsprojecten leveren aan de verbetering van de kwalitatieve aanbodsituatie, beide in termen van het totaal aantal bruto hectaren;
b. de bijdrage van het geheel van projecten aan de volgende beleidsdoelen: 1°. het verbeteren van de bereikbaarheid van bestaande bedrijventerreinen,
2°. het beschikbaar komen van ruimte voor bedrijven die als gevolg van extensief ruimtegebruik of nadelige effecten op de omgeving moeilijk plaatsbaar zijn maar die voor de regionaal-economische structuur van belang zijn,
3°. het bevorderen van ondernemerschap door het realiseren van bedrijfsverzamelgebouwen;
1°. het verbeteren van de bereikbaarheid van bestaande bedrijventerreinen,
2°. het beschikbaar komen van ruimte voor bedrijven die als gevolg van extensief ruimtegebruik of nadelige effecten op de omgeving moeilijk plaatsbaar zijn maar die voor de regionaal-economische structuur van belang zijn,
3°. het bevorderen van ondernemerschap door het realiseren van bedrijfsverzamelgebouwen;
c. de bijdrage van projecten aan duurzaamheid op bedrijventerreinen, uitgedrukt in: 1°. goed beheer,
2°. multimodaliteit en optimaal gebruik van bestaande infrastructurele voorzieningen,
3°. optimalisatie van personen- en goederenvervoer,
4°. meervoudig en collectief ruimtegebruik en
5°. industriële ecologie;
1°. goed beheer,
2°. multimodaliteit en optimaal gebruik van bestaande infrastructurele voorzieningen,
3°. optimalisatie van personen- en goederenvervoer,
4°. meervoudig en collectief ruimtegebruik en
5°. industriële ecologie;
d. de bijdrage van de beleidsvoornemens aan de in de visie gesignaleerde behoefte aan verbetering van het regionale investeringsklimaat door het wegnemen van knelpunten of het benutten van potenties uitgedrukt in impulsen voor: 1°. versterking van de productiestructuur,
2°. verbetering van de bestuurlijke samenwerking,
3°. bevordering van ondernemerschap,
4°. verbetering van de arbeidsmarktsituatie,
5°. technologieontwikkeling,
6°. verbetering van het woonmilieu.
1°. versterking van de productiestructuur,
2°. verbetering van de bestuurlijke samenwerking,
3°. bevordering van ondernemerschap,
4°. verbetering van de arbeidsmarktsituatie,
5°. technologieontwikkeling,
6°. verbetering van het woonmilieu.
6. De in het derde lid, onder b, bedoelde haalbaarheid van het geheel van projecten wordt bepaald aan de hand van een haalbaarheidsanalyse die de provincie uitvoert op basis van door de betrokken gemeenten in te vullen lijsten waarin kansen en risico's worden belicht.
7. De wegingsfactoren van de in het tweede, derde, vijfde en zesde lid bedoelde toetsingscriteria worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
8. De commissie rangschikt de aanvragen naar gelang van de eindscore.