BWBR0012175
Geldig vanaf 2001-01-31
Artikel 3
Besluit tender investeringsprogramma's provincies 2000
1. De subsidie bedraagt het negatieve verschil tussen opbrengsten en kosten verminderd met bijdragen van derden en subsidies van andere bestuursorganen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen tot een maximum van 50 procent van het negatieve verschil tussen kosten en opbrengsten van elk project afzonderlijk en bedraagt niet meer dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag voor de van een investeringsprogramma deel uitmakende projecten gezamenlijk, van welk bedrag niet meer dan € 900 000 wordt verstrekt voor infrastructuurprojecten.
2. Onder negatief verschil tussen opbrengsten en kosten wordt verstaan de noodzakelijke, rechtstreeks aan een project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte, betaalde en voor rekening van de gemeenten, openbare lichamen of samenwerkingsverbanden komende kosten, verminderd met alle aan dat project toe te rekenen opbrengsten.
3. Als kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. wat betreft de kosten van verwerving van grond: de koopsom en overdrachtskosten;
b. wat betreft de kosten van verwerving van onroerende zaken, andere dan grond: de koopsom en overdrachtskosten tot een maximum van 20 procent van de totale in aanmerking te nemen kosten van het project;
c. kosten van grondonderzoek;
d. kosten van bodemsanering tot een maximum van 20 procent van de totale in aanmerking te nemen kosten van het project;
e. kosten van bouwrijp maken;
f. kosten van voorzieningen voor verkeer;
g. kosten van de aanleg van leidingen voor gas, elektriciteit en water;
h. kosten van de aanleg van leidingen voor telecommunicatie;
i. kosten van de aanleg van riolering tot aan het perceel;
j. kosten van de aanleg van openbare verlichting;
k. kosten van door de bevoegde instanties voorgeschreven brandvoorzieningen;
l. wat betreft bedrijfsverzamelgebouwen: de bouwkosten exclusief bouwrente;
m. verschuldigde omzetbelasting, indien degene die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. In afwijking van het tweede lid worden mede als kosten in aanmerking genomen binnen tien jaar voor de indiening van de aanvraag gemaakte kosten van verwerving van grond en andere onroerende zaken.
5. In afwijking van het tweede lid kunnen van activiteiten waarvoor verplichtingen zijn aangegaan en die tot uitvoering zijn gebracht kosten die nog niet zijn betaald in aanmerking worden genomen, zodanig dat het subsidiebedrag dat uit het eerste lid voortvloeit met maximaal 5 procent wordt verhoogd.
6. Als opbrengst wordt in aanmerking genomen wat betreft de opbrengst uit uitgifte van grond en de opbrengst van bedrijfsverzamelgebouwen de door een onafhankelijke taxateur vastgestelde marktwaarde uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment van verkoop, of in geval van erfpacht of verhuur uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment waarop de erfpacht of de verhuur ingaat. In geval van nog niet uitgegeven grond wordt als opbrengst in aanmerking genomen de door een onafhankelijke taxateur vastgestelde verwachte marktwaarde uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment van indiening van de aanvraag om subsidievaststelling.
7. In afwijking van het zesde lid kan, in geval van verkoop van grond bij opbod volgens een open en onvoorwaardelijke biedprocedure die openbaar is gemaakt, het beste of enige bod als opbrengst in aanmerking worden genomen.
8. Onverminderd het zevende lid worden, in het geval dat de feitelijke opbrengst hoger is dan de in het zesde lid bedoelde taxatiewaarde, in afwijking van het zesde lid, eerste volzin, als opbrengst de feitelijke opbrengst in aanmerking genomen.
2. Onder negatief verschil tussen opbrengsten en kosten wordt verstaan de noodzakelijke, rechtstreeks aan een project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte, betaalde en voor rekening van de gemeenten, openbare lichamen of samenwerkingsverbanden komende kosten, verminderd met alle aan dat project toe te rekenen opbrengsten.
3. Als kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. wat betreft de kosten van verwerving van grond: de koopsom en overdrachtskosten;
b. wat betreft de kosten van verwerving van onroerende zaken, andere dan grond: de koopsom en overdrachtskosten tot een maximum van 20 procent van de totale in aanmerking te nemen kosten van het project;
c. kosten van grondonderzoek;
d. kosten van bodemsanering tot een maximum van 20 procent van de totale in aanmerking te nemen kosten van het project;
e. kosten van bouwrijp maken;
f. kosten van voorzieningen voor verkeer;
g. kosten van de aanleg van leidingen voor gas, elektriciteit en water;
h. kosten van de aanleg van leidingen voor telecommunicatie;
i. kosten van de aanleg van riolering tot aan het perceel;
j. kosten van de aanleg van openbare verlichting;
k. kosten van door de bevoegde instanties voorgeschreven brandvoorzieningen;
l. wat betreft bedrijfsverzamelgebouwen: de bouwkosten exclusief bouwrente;
m. verschuldigde omzetbelasting, indien degene die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. In afwijking van het tweede lid worden mede als kosten in aanmerking genomen binnen tien jaar voor de indiening van de aanvraag gemaakte kosten van verwerving van grond en andere onroerende zaken.
5. In afwijking van het tweede lid kunnen van activiteiten waarvoor verplichtingen zijn aangegaan en die tot uitvoering zijn gebracht kosten die nog niet zijn betaald in aanmerking worden genomen, zodanig dat het subsidiebedrag dat uit het eerste lid voortvloeit met maximaal 5 procent wordt verhoogd.
6. Als opbrengst wordt in aanmerking genomen wat betreft de opbrengst uit uitgifte van grond en de opbrengst van bedrijfsverzamelgebouwen de door een onafhankelijke taxateur vastgestelde marktwaarde uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment van verkoop, of in geval van erfpacht of verhuur uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment waarop de erfpacht of de verhuur ingaat. In geval van nog niet uitgegeven grond wordt als opbrengst in aanmerking genomen de door een onafhankelijke taxateur vastgestelde verwachte marktwaarde uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment van indiening van de aanvraag om subsidievaststelling.
7. In afwijking van het zesde lid kan, in geval van verkoop van grond bij opbod volgens een open en onvoorwaardelijke biedprocedure die openbaar is gemaakt, het beste of enige bod als opbrengst in aanmerking worden genomen.
8. Onverminderd het zevende lid worden, in het geval dat de feitelijke opbrengst hoger is dan de in het zesde lid bedoelde taxatiewaarde, in afwijking van het zesde lid, eerste volzin, als opbrengst de feitelijke opbrengst in aanmerking genomen.