BWBR0012136
Geldig vanaf 2001-02-07
Artikel 5
Instelling Voorselectiecommissie Topmanagementgroep ABD
1. De commissie wordt door de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst in vergadering bijeengeroepen.
2. De commissie neemt voorafgaand aan een vergadering kennis van de vacante functie, het functieprofiel en van alle overige bescheiden die betrekking hebben op de functie, alsmede van de door de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst aangedragen kandidaten. Voor zover bescheiden nog niet zijn overgelegd kunnen zij door de commissie worden opgevraagd.
3. De commissie kan een kandidaat uitnodigen om een nadere toelichting te geven in verband met het kandidaatschap.
4. Binnen een week na haar vergadering brengt de commissie haar schriftelijk advies uit aan de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst.
5. Het advies houdt in welke twee, drie of vier kandidaten naar het oordeel van de commissie de meest gerede zijn om de vacante functie te gaan vervullen, alsmede een onderbouwing van dat advies. Het advies heeft geen bindend karakter.
6. In afwijking van het eerste tot en met het vijfde lid kan de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst in samenspraak met de commissie besluiten om een schriftelijke procedure te volgen.
2. De commissie neemt voorafgaand aan een vergadering kennis van de vacante functie, het functieprofiel en van alle overige bescheiden die betrekking hebben op de functie, alsmede van de door de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst aangedragen kandidaten. Voor zover bescheiden nog niet zijn overgelegd kunnen zij door de commissie worden opgevraagd.
3. De commissie kan een kandidaat uitnodigen om een nadere toelichting te geven in verband met het kandidaatschap.
4. Binnen een week na haar vergadering brengt de commissie haar schriftelijk advies uit aan de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst.
5. Het advies houdt in welke twee, drie of vier kandidaten naar het oordeel van de commissie de meest gerede zijn om de vacante functie te gaan vervullen, alsmede een onderbouwing van dat advies. Het advies heeft geen bindend karakter.
6. In afwijking van het eerste tot en met het vijfde lid kan de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst in samenspraak met de commissie besluiten om een schriftelijke procedure te volgen.