BWBR0012136
Geldig vanaf 2001-02-07
Artikel 3
Instelling Voorselectiecommissie Topmanagementgroep ABD
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee vaste leden. Aan de commissie kan een extra lid worden toegevoegd.
2. De voorzitter van de commissie, tevens lid, is niet werkzaam bij een van de ministeries en wordt voor een periode van drie jaar benoemd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Herbenoeming is eenmaal aansluitend mogelijk.
3. De twee vaste leden van de commissie worden op voordracht van het Beraad van secretarissen-generaal uit hun midden benoemd door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een periode van in beginsel drie jaar. Herbenoeming is mogelijk.
4. Als extra lid kan aan de commissie worden toegevoegd de secretaris-generaal van het ministerie waar de vacante functie zich voordoet. Betreft het de vacature van secretaris-generaal, dan kan door de betrokken minister een directeur-generaal van het vacaturehoudende departement als extra lid worden aangewezen.
5. In het geval een vacature zich voordoet, niet zijnde de vacature van secretaris-generaal, bij een ministerie waarbij een van de twee vaste leden werkzaam is, wordt geen extra lid aan de commissie toegevoegd.
2. De voorzitter van de commissie, tevens lid, is niet werkzaam bij een van de ministeries en wordt voor een periode van drie jaar benoemd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Herbenoeming is eenmaal aansluitend mogelijk.
3. De twee vaste leden van de commissie worden op voordracht van het Beraad van secretarissen-generaal uit hun midden benoemd door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een periode van in beginsel drie jaar. Herbenoeming is mogelijk.
4. Als extra lid kan aan de commissie worden toegevoegd de secretaris-generaal van het ministerie waar de vacante functie zich voordoet. Betreft het de vacature van secretaris-generaal, dan kan door de betrokken minister een directeur-generaal van het vacaturehoudende departement als extra lid worden aangewezen.
5. In het geval een vacature zich voordoet, niet zijnde de vacature van secretaris-generaal, bij een ministerie waarbij een van de twee vaste leden werkzaam is, wordt geen extra lid aan de commissie toegevoegd.