BWBR0012110
Geldig vanaf 2007-06-27
Artikel 2a
Geweldsinstructie inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden
1. Indien een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde zich tijdens begeleid verlof dreigt te onttrekken aan het op hem uitgeoefende toezicht, trachten de personeelsleden of medewerkers die het toezicht op de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde uitoefenen, hem daarvan te weerhouden.
2. Personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te begeleiden, kunnen geweld gebruiken, indien noodzakelijk om onttrekking van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht te voorkomen.
3. Personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te beveiligen gebruiken geweld, indien noodzakelijk om onttrekking van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht te voorkomen.
4. Personeelsleden of medewerkers die het toezicht op een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde uitoefenen tijdens begeleid verlof, hebben de beschikking over adequate communicatiemiddelen om een onttrekking onmiddellijk te melden aan de politie en het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
5. De personeelsleden of medewerkers zullen in geval van een onttrekking tijdens begeleid verlof, trachten de vluchtroute of de verblijfplaats van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vast te stellen en die melden aan de politie en het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
6. De personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te begeleiden en de personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te beveiligen, treden voordat het verlof aanvangt met elkaar in overleg. Indien de begeleider en/of de beveiliger van mening zijn dat zij de begeleidingstaak en beveiligingstaak niet op veilige wijze kunnen uitoefenen, wordt dit door hen gemeld aan het hoofd van de inrichting.
2. Personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te begeleiden, kunnen geweld gebruiken, indien noodzakelijk om onttrekking van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht te voorkomen.
3. Personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te beveiligen gebruiken geweld, indien noodzakelijk om onttrekking van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht te voorkomen.
4. Personeelsleden of medewerkers die het toezicht op een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde uitoefenen tijdens begeleid verlof, hebben de beschikking over adequate communicatiemiddelen om een onttrekking onmiddellijk te melden aan de politie en het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
5. De personeelsleden of medewerkers zullen in geval van een onttrekking tijdens begeleid verlof, trachten de vluchtroute of de verblijfplaats van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vast te stellen en die melden aan de politie en het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
6. De personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te begeleiden en de personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te beveiligen, treden voordat het verlof aanvangt met elkaar in overleg. Indien de begeleider en/of de beveiliger van mening zijn dat zij de begeleidingstaak en beveiligingstaak niet op veilige wijze kunnen uitoefenen, wordt dit door hen gemeld aan het hoofd van de inrichting.