BWBR0012075
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 4
Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden
1. De openbare lichamen zenden aan de toezichthouder
a. Jaarlijks tezamen met het jaarverslag een opgave van: 1°. Het begrotingstotaal bij aanvang van het voorgaande jaar en het komende jaar;
2°. De kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar;
3°. De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het voorgaande jaar;
4°. De renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar;
5°. Het renterisico op de vaste schuld over de komende vier jaren.
1°. Het begrotingstotaal bij aanvang van het voorgaande jaar en het komende jaar;
2°. De kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar;
3°. De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het voorgaande jaar;
4°. De renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar;
5°. Het renterisico op de vaste schuld over de komende vier jaren.
2. De openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, lid a, van de wetzenden aan het Centraal bureau voor de statistiek driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze.
3. Een openbaar lichaam kan toezending van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens aan de toezichthouder achterwege laten, indien de kasgeldlimiet van deze openbare lichamen gelijk is aan het wettelijke minimumbedrag.
a. Jaarlijks tezamen met het jaarverslag een opgave van: 1°. Het begrotingstotaal bij aanvang van het voorgaande jaar en het komende jaar;
2°. De kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar;
3°. De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het voorgaande jaar;
4°. De renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar;
5°. Het renterisico op de vaste schuld over de komende vier jaren.
1°. Het begrotingstotaal bij aanvang van het voorgaande jaar en het komende jaar;
2°. De kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar;
3°. De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het voorgaande jaar;
4°. De renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar;
5°. Het renterisico op de vaste schuld over de komende vier jaren.
2. De openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, lid a, van de wetzenden aan het Centraal bureau voor de statistiek driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze.
3. Een openbaar lichaam kan toezending van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens aan de toezichthouder achterwege laten, indien de kasgeldlimiet van deze openbare lichamen gelijk is aan het wettelijke minimumbedrag.