BWBR0012075
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 2
Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden
1. Voor de openbare lichamen wordt het percentage, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wetals volgt vastgesteld:
a. voor de provincies: 7,0%;
b. voor de gemeenten: 8,5%;
c. voor de waterschappen: 23%;
d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 8,2%.
2. Voor de openbare lichamen wordt het in artikel 5 van de wetgenoemde percentage als volgt vastgesteld:
a. voor de provincies: 20%;
b. voor de gemeenten: 20%;
c. voor de waterschappen: 30%;
d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 20%.
3. Voor de renterisiconorm geldt een minimumbedrag van 2.500.000 euro.
a. voor de provincies: 7,0%;
b. voor de gemeenten: 8,5%;
c. voor de waterschappen: 23%;
d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 8,2%.
2. Voor de openbare lichamen wordt het in artikel 5 van de wetgenoemde percentage als volgt vastgesteld:
a. voor de provincies: 20%;
b. voor de gemeenten: 20%;
c. voor de waterschappen: 30%;
d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 20%.
3. Voor de renterisiconorm geldt een minimumbedrag van 2.500.000 euro.