BWBR0012060
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 6
Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001
1. Bij een overdracht als bedoeld in artikel 3.59, tweede lidof artikel 3.63 van de wet, een omzetting als bedoeld in artikel 3.65 van de wet, een splitsing als bedoeld in artikel 3.56 van de wet, een fusie als bedoeld in artikel 3.57 van de wet, of een overdracht als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969vindt artikel 5overeenkomstige toepassing met betrekking tot de door de voortzettende belastingplichtige toe te passen wijze van winstbepaling, het tijdstip waarop hij een verzoek kan doen als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de wet, het tijdstip waarop wederopzegging mogelijk is, alsmede met betrekking tot het inwilligen van een verzoek onder de voorwaarde van het overgaan van aanspraken op verrekening van verliezen.
2. Indien de voortzettende belastingplichtige in enig jaar na 1994 doch voorafgaand aan een splitsing als bedoeld in artikel 3.56 van de wet, een fusie als bedoeld in artikel 3.57 van de wetof een overdracht als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969winst uit zeescheepvaart heeft genoten, vindt met betrekking tot het tijdstip waarop deze belastingplichtige een verzoek kan doen als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de wetalsmede het tijdstip waarop wederopzegging mogelijk is, het eerste lid geen toepassing.
2. Indien de voortzettende belastingplichtige in enig jaar na 1994 doch voorafgaand aan een splitsing als bedoeld in artikel 3.56 van de wet, een fusie als bedoeld in artikel 3.57 van de wetof een overdracht als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969winst uit zeescheepvaart heeft genoten, vindt met betrekking tot het tijdstip waarop deze belastingplichtige een verzoek kan doen als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de wetalsmede het tijdstip waarop wederopzegging mogelijk is, het eerste lid geen toepassing.