BWBR0012060
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 3
Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001
1. Het bedrag dat door de inspecteur op grond van artikel 3.23, derde lid, laatste volzin, van de wetbij beschikking is vastgesteld, wordt verminderd met het bedrag dat buiten aanmerking is gebleven met betrekking tot een schip waarop artikel 3.24, tweede lid, van de wettoepassing vindt. Het gewijzigde bedrag dat op grond van artikel 3.23, derde lid, van de wetbuiten aanmerking blijft, wordt door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.
2. Een schip waarop artikel 3.24, tweede lid, van de wettoepassing vindt, wordt op het in dat artikelbedoelde tijdstip voor geen hogere waarde te boek gesteld, dan de waarde waarvoor het te boek was gesteld onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel 3.22 van de wetmet betrekking tot het schip van toepassing werd.
2. Een schip waarop artikel 3.24, tweede lid, van de wettoepassing vindt, wordt op het in dat artikelbedoelde tijdstip voor geen hogere waarde te boek gesteld, dan de waarde waarvoor het te boek was gesteld onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel 3.22 van de wetmet betrekking tot het schip van toepassing werd.