BWBR0012031
Geldig vanaf 2012-12-21
Artikel 28
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. project: groenproject, zijnde een project waarvoor ingevolge de Regeling groenprojecten 2016, de Regeling groenprojecten buitenland 2002 dan wel de Regeling groenprojecten Nederlandse Antillen en Aruba 2002 een verklaring als bedoeld in artikel 5.14, derde lid, van de wet is afgegeven;
b. fonds: groenfonds, zijnde een bank, een onderdeel van een bank of een beleggingsinstelling die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.14, tweede lid, van de wet en die door de inspecteur ingevolge artikel 5.14, eerste lid, van de wet is aangewezen;
c. hoofdzakelijkheidscriterium: de voorwaarde inzake hoofdzakelijk als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de wet;
d. aanloopperiode: de periode, bedoeld in artikel 5.14, vierde lid, van de wet;
e. ingroeiperiode: de periode, bedoeld in artikel 5.14, vijfde lid, van de wet.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt een fonds geacht aan het hoofdzakelijkheidscriterium te voldoen:
a. indien het fonds een bank of een onderdeel van een bank is: zolang ten minste 70% van de groene beleggingen, bedoeld in artikel 5.14 van de wet, van het fonds is aangewend voor het direct of indirect verstrekken van kredieten ten behoeve van projecten in het belang van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos, of het direct of indirect beleggen van vermogen in dergelijke projecten en de accountant van het fonds jaarlijks een goedkeurende verklaring afgeeft dat aan het hoofzakelijkheidscriterium is voldaan;
b. indien het fonds een beleggingsinstelling is: zolang ten minste 70% van de groene beleggingen, bedoeld in artikel 5.14 van de wet, van het fonds is aangewend voor het direct of indirect beleggen van vermogen ten behoeve van projecten in het belang van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos, en de accountant van het fonds jaarlijks een goedkeurende verklaring afgeeft dat aan het hoofzakelijkheidscriterium is voldaan.
a. project: groenproject, zijnde een project waarvoor ingevolge de Regeling groenprojecten 2016, de Regeling groenprojecten buitenland 2002 dan wel de Regeling groenprojecten Nederlandse Antillen en Aruba 2002 een verklaring als bedoeld in artikel 5.14, derde lid, van de wet is afgegeven;
b. fonds: groenfonds, zijnde een bank, een onderdeel van een bank of een beleggingsinstelling die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.14, tweede lid, van de wet en die door de inspecteur ingevolge artikel 5.14, eerste lid, van de wet is aangewezen;
c. hoofdzakelijkheidscriterium: de voorwaarde inzake hoofdzakelijk als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de wet;
d. aanloopperiode: de periode, bedoeld in artikel 5.14, vierde lid, van de wet;
e. ingroeiperiode: de periode, bedoeld in artikel 5.14, vijfde lid, van de wet.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt een fonds geacht aan het hoofdzakelijkheidscriterium te voldoen:
a. indien het fonds een bank of een onderdeel van een bank is: zolang ten minste 70% van de groene beleggingen, bedoeld in artikel 5.14 van de wet, van het fonds is aangewend voor het direct of indirect verstrekken van kredieten ten behoeve van projecten in het belang van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos, of het direct of indirect beleggen van vermogen in dergelijke projecten en de accountant van het fonds jaarlijks een goedkeurende verklaring afgeeft dat aan het hoofzakelijkheidscriterium is voldaan;
b. indien het fonds een beleggingsinstelling is: zolang ten minste 70% van de groene beleggingen, bedoeld in artikel 5.14 van de wet, van het fonds is aangewend voor het direct of indirect beleggen van vermogen ten behoeve van projecten in het belang van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos, en de accountant van het fonds jaarlijks een goedkeurende verklaring afgeeft dat aan het hoofzakelijkheidscriterium is voldaan.