BWBR0012024
Geldig vanaf 2001-01-07
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 2001
De directeur Scheepvaartinspectie brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Scheepvaartinspectie alsmede het aantal en de functies van de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 7, tweede lid van dit besluit;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Scheepvaartinspectie alsmede het aantal en de functies van de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 7, tweede lid van dit besluit;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.