BWBR0012024
Geldig vanaf 2001-01-07
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 2001
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens
a. de Schepenwet, de Wet op de zeevaartdiploma's, de Wet op de zeevisvaartdiploma's, de Scheepvaartverkeerswet, de Arbeidstijdenwet, voorzover het arbeid als bedoeld in hoofdstuk 6 (zeevaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer betreft, de Wet aansprakelijkheid olietankschepen, de Binnenschepenwet, de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de Rijkswet noodvoorzieningen scheepvaart, de Vaarplichtwet, de Meetbrievenwet 1981, Uitvoeringswet Visserijverdrag, Wet behoud scheepsruimte, de Kernenergiewet, de Arbeidsomstandighedenwet 1998, Wet voorkoming verontreiniging door schepenWet vervoer gevaarlijke stoffen;
b. andere wetten, indien en voorzover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland en daarbuiten voorzover de Nederlandse rechtsmacht strekt.
a. de Schepenwet, de Wet op de zeevaartdiploma's, de Wet op de zeevisvaartdiploma's, de Scheepvaartverkeerswet, de Arbeidstijdenwet, voorzover het arbeid als bedoeld in hoofdstuk 6 (zeevaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer betreft, de Wet aansprakelijkheid olietankschepen, de Binnenschepenwet, de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de Rijkswet noodvoorzieningen scheepvaart, de Vaarplichtwet, de Meetbrievenwet 1981, Uitvoeringswet Visserijverdrag, Wet behoud scheepsruimte, de Kernenergiewet, de Arbeidsomstandighedenwet 1998, Wet voorkoming verontreiniging door schepenWet vervoer gevaarlijke stoffen;
b. andere wetten, indien en voorzover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland en daarbuiten voorzover de Nederlandse rechtsmacht strekt.