BWBR0011982
Geldig vanaf 2019-06-26
Artikel 78
Besluit personenvervoer 2000
1. De vervoerder die taxivervoer verricht draagt er zorg voor dat in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, een taxameter aanwezig is die zichtbaar voor de reiziger de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft.
2. De taxameter voldoet aan de regels die bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0019517" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Metrologiewet</a>zijn gesteld.
3. Behoudens in geval schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten taxivervoer, wordt taxivervoer slechts verricht indien de in de auto aanwezige taxameter wordt gebruikt.
4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de instelling van de taxameter en de tijdvakken waarop een controle van de taxameter moet plaatsvinden tegen de in het tweede lid bedoelde eisen voor een in gebruik genomen taxameter. De <a href="/wet/BWBR0037835/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 14, tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0037835/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers</a>zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Het eerste lid is niet van toepassing indien de auto uitsluitend wordt gebruikt voor taxivervoer dat wordt verricht ter uitvoering van een schriftelijke overeenkomst waarbij gedurende in een bij die overeenkomst vastgestelde periode meermalen taxivervoer wordt verricht tegen een in die overeenkomst vastgelegd tarief en in door Onze Minister te bepalen gevallen waarbij de auto uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer tegen eenheidsprijzen.
2. De taxameter voldoet aan de regels die bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0019517" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Metrologiewet</a>zijn gesteld.
3. Behoudens in geval schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten taxivervoer, wordt taxivervoer slechts verricht indien de in de auto aanwezige taxameter wordt gebruikt.
4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de instelling van de taxameter en de tijdvakken waarop een controle van de taxameter moet plaatsvinden tegen de in het tweede lid bedoelde eisen voor een in gebruik genomen taxameter. De <a href="/wet/BWBR0037835/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 14, tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0037835/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers</a>zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Het eerste lid is niet van toepassing indien de auto uitsluitend wordt gebruikt voor taxivervoer dat wordt verricht ter uitvoering van een schriftelijke overeenkomst waarbij gedurende in een bij die overeenkomst vastgestelde periode meermalen taxivervoer wordt verricht tegen een in die overeenkomst vastgelegd tarief en in door Onze Minister te bepalen gevallen waarbij de auto uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer tegen eenheidsprijzen.