BWBR0011982
Geldig vanaf 2019-06-26
Artikel 33
Besluit personenvervoer 2000
1. De onderwerpen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011470/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 31, derde lid, van de wet </a>waarover de concessiehouder krachtens de concessie ten minste eenmaal per jaar advies vraagt aan consumentenorganisaties als bedoeld in artikel 31 van dit besluitbetreffen, voor zover de concessiehouder ten aanzien van die onderwerpen maatregelen heeft getroffen:
a. de uitvoering van de dienstregeling,
b. de wijze waarop de concessiehouder de reiziger informeert over de dienstregeling en de tarieven,
c. de vervoervoorwaarden waartegen openbaar vervoer wordt verricht,
d. de modellen van vervoerbewijzen die de concessiehouder uitgeeft,
e. de wijze waarop en de mate waarin vervoerbewijzen verkrijgbaar zijn gesteld,
f. de wijze waarop reizigers de prijs van het vervoerbewijs kunnen voldoen,
g. de voorzieningen die de concessiehouder treft ten aanzien van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor reizigers met een handicap en
h. de voorzieningen die de concessiehouder treft ten behoeve van het waarborgen van een verantwoorde mate van veiligheid van reizigers en van het voor hem werkzame personeel.
2. Het eerste lid is van toepassing op de concessieverlener indien hij op grond van <a href="/wet/BWBR0011470/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 31, zevende lid, van de wet</a>, een wijziging initieert van een onderwerp als bedoeld in het eerste lid.
3. Voor zover de concessieverlener ten aanzien van die onderwerpen voorschriften aan de concessie heeft verbonden en voor zover de concessiehouder ten aanzien van die onderwerpen maatregelen heeft getroffen, is de aanhef van het eerste lid, mede van toepassing op:
a. de procedure voor de behandeling van klachten van de reiziger en de wijze waarop de concessiehouder de reiziger hierover informeert,
b. een regeling over een vergoeding aan de reiziger in geval van vertraging in de uitvoering van de dienstregeling en
c. aan het publiek kenbaar gemaakte doelstellingen van de concessiehouder over de kwaliteit van het door hem te verrichten openbaar vervoer.
a. de uitvoering van de dienstregeling,
b. de wijze waarop de concessiehouder de reiziger informeert over de dienstregeling en de tarieven,
c. de vervoervoorwaarden waartegen openbaar vervoer wordt verricht,
d. de modellen van vervoerbewijzen die de concessiehouder uitgeeft,
e. de wijze waarop en de mate waarin vervoerbewijzen verkrijgbaar zijn gesteld,
f. de wijze waarop reizigers de prijs van het vervoerbewijs kunnen voldoen,
g. de voorzieningen die de concessiehouder treft ten aanzien van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor reizigers met een handicap en
h. de voorzieningen die de concessiehouder treft ten behoeve van het waarborgen van een verantwoorde mate van veiligheid van reizigers en van het voor hem werkzame personeel.
2. Het eerste lid is van toepassing op de concessieverlener indien hij op grond van <a href="/wet/BWBR0011470/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 31, zevende lid, van de wet</a>, een wijziging initieert van een onderwerp als bedoeld in het eerste lid.
3. Voor zover de concessieverlener ten aanzien van die onderwerpen voorschriften aan de concessie heeft verbonden en voor zover de concessiehouder ten aanzien van die onderwerpen maatregelen heeft getroffen, is de aanhef van het eerste lid, mede van toepassing op:
a. de procedure voor de behandeling van klachten van de reiziger en de wijze waarop de concessiehouder de reiziger hierover informeert,
b. een regeling over een vergoeding aan de reiziger in geval van vertraging in de uitvoering van de dienstregeling en
c. aan het publiek kenbaar gemaakte doelstellingen van de concessiehouder over de kwaliteit van het door hem te verrichten openbaar vervoer.