BWBR0011927
Geldig vanaf 01-01-2001
Artikel 5
Regeling terugbetaling en ontheffing betalingsverplichting nationale vervoerbewijzen
1. Voor een nationaal vervoerbewijs met een geldigheidsduur van een jaar wordt terugbetaald het betaalde bedrag met aftrek van het verbruik van het vervoerbewijs.
2. Het verbruik, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het aantal verstreken volle kalendermaanden te vermenigvuldigen met de prijs van een overeenkomstige maandabonnementskaart tegen het geldende tarief zoals dat gold op de eerste dag van de geldigheidsduur.
3. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing voor de maand waarin inlevering plaatsvindt.
4. Indien negen maanden en negen of meer dagen van de geldigheidsduur zijn verstreken wordt niet tot terugbetaling overgegaan.
5. Dit artikel is van niet van toepassing op een duplicaat als bedoeld in artikel 29 van de Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer.
2. Het verbruik, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het aantal verstreken volle kalendermaanden te vermenigvuldigen met de prijs van een overeenkomstige maandabonnementskaart tegen het geldende tarief zoals dat gold op de eerste dag van de geldigheidsduur.
3. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing voor de maand waarin inlevering plaatsvindt.
4. Indien negen maanden en negen of meer dagen van de geldigheidsduur zijn verstreken wordt niet tot terugbetaling overgegaan.
5. Dit artikel is van niet van toepassing op een duplicaat als bedoeld in artikel 29 van de Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011927
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl