BWBR0011927
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 4
Regeling terugbetaling en ontheffing betalingsverplichting nationale vervoerbewijzen
1. Voor een nationaal vervoerbewijs met een geldigheidsduur van een maand wordt van de vervoerprijs terugbetaald:
a. 100% indien het vervoerbewijs voor de aanvang van de geldigheidsduur of uiterlijk op de eerste dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
b. 80% indien het vervoerbewijs op de tweede dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
c. 60% indien het vervoerbewijs op de vierde dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
d. 40% indien het vervoerbewijs op de zesde dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
e. 20% indien het vervoerbewijs op de achtste dag van de geldigheidsduur is ingeleverd, en
f. 10% indien het vervoerbewijs op de negende dag van de geldigheidsduur is ingeleverd.
2. Indien negen of meer dagen van de geldigheidsduur zijn verstreken wordt, niet tot terugbetaling overgegaan.
a. 100% indien het vervoerbewijs voor de aanvang van de geldigheidsduur of uiterlijk op de eerste dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
b. 80% indien het vervoerbewijs op de tweede dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
c. 60% indien het vervoerbewijs op de vierde dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
d. 40% indien het vervoerbewijs op de zesde dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
e. 20% indien het vervoerbewijs op de achtste dag van de geldigheidsduur is ingeleverd, en
f. 10% indien het vervoerbewijs op de negende dag van de geldigheidsduur is ingeleverd.
2. Indien negen of meer dagen van de geldigheidsduur zijn verstreken wordt, niet tot terugbetaling overgegaan.