BWBR0011919
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 44
Wet bevordering eigenwoningbezit
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het vijfjaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste vijfjaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in artikel 43, derde lid, niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt.
2. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, wordt ineens uitbetaald aan de financier, bedoeld in artikel 42, eerste lid, in de maand die volgt op de maand waarin de laatste betaling volgens het eerste lid is geschied. Onze Minister stelt de eigenaar-bewoner hiervan schriftelijk in kennis.
2. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, wordt ineens uitbetaald aan de financier, bedoeld in artikel 42, eerste lid, in de maand die volgt op de maand waarin de laatste betaling volgens het eerste lid is geschied. Onze Minister stelt de eigenaar-bewoner hiervan schriftelijk in kennis.