BWBR0011919
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 43
Wet bevordering eigenwoningbezit
1. Onze Minister neemt een beslissing over:
a. een aanvraag voor een primaire toekenning: binnen twee weken na de indiening daarvan, en
b. een aanvraag voor een andere toekenning dan een primaire: binnen vier maanden na de indiening daarvan.
2. Onze Minister beslist op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de datum waarop de aanvraag is aangevuld geldt als datum van ontvangst.
3. Als de beslissing een primaire toekenning inhoudt, doet de eigenaar-bewoner zo spoedig mogelijk aan Onze Minister toekomen:
a. een authentiek afschrift van de akte van levering van de woning, en
b. een afschrift van de geldleningsovereenkomst.
4. Onze Minister stelt de financier, bedoeld in artikel 42, eerste lid, terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het derde lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid.
a. een aanvraag voor een primaire toekenning: binnen twee weken na de indiening daarvan, en
b. een aanvraag voor een andere toekenning dan een primaire: binnen vier maanden na de indiening daarvan.
2. Onze Minister beslist op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de datum waarop de aanvraag is aangevuld geldt als datum van ontvangst.
3. Als de beslissing een primaire toekenning inhoudt, doet de eigenaar-bewoner zo spoedig mogelijk aan Onze Minister toekomen:
a. een authentiek afschrift van de akte van levering van de woning, en
b. een afschrift van de geldleningsovereenkomst.
4. Onze Minister stelt de financier, bedoeld in artikel 42, eerste lid, terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het derde lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid.