BWBR0011822
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 4
Regeling Raadsman SZW 2000
1. Iedere medewerker van SZW kan bij de Raadsman SZW een klacht indienen als bedoeld in art. 9:1 Awbover aangelegenheden met betrekking tot het werk of de werkomstandigheden waaronder begrepen de wijze waarop SZW, of een medewerker van SZW, zich jegens hem of een ander heeft bejegend.
2. Onder het begrip bejegening worden in ieder geval de ongewenste omgangsvormen, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005begrepen.
3. De Raadsman SZW onderzoekt de klacht en adviseert het bevoegd gezag met inachtneming van hoofdstuk 9 Awb; afdeling 9.3 Awbis van toepassing.
4. De Raadsman SZW adviseert het bevoegd gezag over de toepassing van artikel 9:8 Awb.
5. De Raadsman SZW neemt geen klacht in behandeling die eerder is ingediend bij de klachtencommissie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005.
2. Onder het begrip bejegening worden in ieder geval de ongewenste omgangsvormen, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005begrepen.
3. De Raadsman SZW onderzoekt de klacht en adviseert het bevoegd gezag met inachtneming van hoofdstuk 9 Awb; afdeling 9.3 Awbis van toepassing.
4. De Raadsman SZW adviseert het bevoegd gezag over de toepassing van artikel 9:8 Awb.
5. De Raadsman SZW neemt geen klacht in behandeling die eerder is ingediend bij de klachtencommissie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005.