1. Iedere medewerker van SZW kan bij de Raadsman SZW een klacht indienen als bedoeld in
art. 9:1 Awbover aangelegenheden met betrekking tot het werk of de werkomstandigheden waaronder begrepen de wijze waarop SZW, of een medewerker van SZW, zich jegens hem of een ander heeft bejegend.
2. Onder het begrip bejegening worden in ieder geval de ongewenste omgangsvormen, bedoeld in
artikel 1, onderdeel h, van de SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005begrepen.
3. De Raadsman SZW onderzoekt de klacht en adviseert het bevoegd gezag met inachtneming van
hoofdstuk 9 Awb;
afdeling 9.3 Awbis van toepassing.
4. De Raadsman SZW adviseert het bevoegd gezag over de toepassing van
artikel 9:8 Awb.
5. De Raadsman SZW neemt geen klacht in behandeling die eerder is ingediend bij de klachtencommissie, bedoeld in
artikel 1, onderdeel e, van de SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005.