BWBR0011795
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 9
Subsidieregeling zij-instromers 2000-2001
1. Voor subsidie als bedoeld in artikel 5 kan een bevoegd gezag in aanmerking komen wanneer het voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. het bevoegd gezag heeft in het tijdvak van 26 juli 2000 tot en met 31 juli 2001 een zij-instromer aangesteld of benoemd;
b. het bevoegd gezag verplicht zich blijkens de meegezonden scholings- en begeleidingsovereenkomst ertoe, de zij-instromer op de werkplek te begeleiden of te laten begeleiden, en het ziet erop toe dat de zij-instromer de gelegenheid wordt geboden om de op grond van het geschiktheidsonderzoek noodzakelijk gebleken scholing te volgen;
c. het bevoegd gezag verstrekt de minister op zijn verzoek beleidsinformatie en meldt tevens terstond aan de minister: 1°. een voortijdige beëindiging van het dienstverband van de zij-instromer;
2°. of de scholings- en begeleidingsperiode al dan niet met het verkrijgen van het getuigschrift van het met goed gevolg deel hebben genomen aan het bekwaamheidsonderzoek is afgesloten.
1°. een voortijdige beëindiging van het dienstverband van de zij-instromer;
2°. of de scholings- en begeleidingsperiode al dan niet met het verkrijgen van het getuigschrift van het met goed gevolg deel hebben genomen aan het bekwaamheidsonderzoek is afgesloten.
2. Voor een zij-instromer wordt, ongeacht het aantal al dan niet opeenvolgende dienstverbanden bij scholen of instellingen, slechts aan één bevoegd gezag subsidie toegekend.
3. Het bevoegd gezag is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.
a. het bevoegd gezag heeft in het tijdvak van 26 juli 2000 tot en met 31 juli 2001 een zij-instromer aangesteld of benoemd;
b. het bevoegd gezag verplicht zich blijkens de meegezonden scholings- en begeleidingsovereenkomst ertoe, de zij-instromer op de werkplek te begeleiden of te laten begeleiden, en het ziet erop toe dat de zij-instromer de gelegenheid wordt geboden om de op grond van het geschiktheidsonderzoek noodzakelijk gebleken scholing te volgen;
c. het bevoegd gezag verstrekt de minister op zijn verzoek beleidsinformatie en meldt tevens terstond aan de minister: 1°. een voortijdige beëindiging van het dienstverband van de zij-instromer;
2°. of de scholings- en begeleidingsperiode al dan niet met het verkrijgen van het getuigschrift van het met goed gevolg deel hebben genomen aan het bekwaamheidsonderzoek is afgesloten.
1°. een voortijdige beëindiging van het dienstverband van de zij-instromer;
2°. of de scholings- en begeleidingsperiode al dan niet met het verkrijgen van het getuigschrift van het met goed gevolg deel hebben genomen aan het bekwaamheidsonderzoek is afgesloten.
2. Voor een zij-instromer wordt, ongeacht het aantal al dan niet opeenvolgende dienstverbanden bij scholen of instellingen, slechts aan één bevoegd gezag subsidie toegekend.
3. Het bevoegd gezag is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.