BWBR0011770
Geldig vanaf 2000-11-16
Artikel 8
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2000
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 3, eerste lid, beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:
a. hij moet met goed gevolg een basisopleiding voor opsporingsambtenaar AID hebben voltooid;
b. de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, en de verschillende onderdelen van die basisopleiding worden afgesloten met een toets;
c. zo mogelijk wordt tijdens de basisopleiding het door de minister van Justitie goedgekeurde examen afgelegd;
d. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
e. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat de buitengewoon opsporingsambtenaren hun verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit in het bezit was van het diploma basisopleiding opsporingsambtenaar AID dan wel met goed gevolg die opleiding heeft afgerond, is bekwaam.
a. hij moet met goed gevolg een basisopleiding voor opsporingsambtenaar AID hebben voltooid;
b. de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, en de verschillende onderdelen van die basisopleiding worden afgesloten met een toets;
c. zo mogelijk wordt tijdens de basisopleiding het door de minister van Justitie goedgekeurde examen afgelegd;
d. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
e. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat de buitengewoon opsporingsambtenaren hun verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit in het bezit was van het diploma basisopleiding opsporingsambtenaar AID dan wel met goed gevolg die opleiding heeft afgerond, is bekwaam.