BWBR0011685
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 4
Regeling criminele inlichtingen eenheden
1. Criminele inlichtingen eenheden verrichten in ieder geval de volgende werkzaamheden:
a. het verzamelen en verifiëren van criminele inlichtingen;
b. Het verwerken van criminele inlichtingen in een bestand, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet politiegegevens;
c. het bevorderen van het gericht inwinnen en aanvullen van criminele inlichtingen en andere gegevens die in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde in aanmerking komen voor verwerking op grond van de Wet politiegegevens;
d. het analyseren van criminele inlichtingen en het aan de hand daarvan: 1°. signaleren van criminaliteitsontwikkelingen, voorzover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
2° periodiek verslag doen ten behoeve van criminaliteitsbeelden;
1°. signaleren van criminaliteitsontwikkelingen, voorzover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
2° periodiek verslag doen ten behoeve van criminaliteitsbeelden;
e. het ter beschikking stellen van criminele inlichtingen overeenkomstig artikel 10, vijfde lid, van de Wet politiegegevens.
2. Ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, maken criminele inlichtingen eenheden gebruik van de door de Ministers aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex.
3. De uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder c, met medewerking van personen als omschreven in artikel 1, onder d, wordt uitsluitend verricht door de criminele inlichtingen eenheid.
a. het verzamelen en verifiëren van criminele inlichtingen;
b. Het verwerken van criminele inlichtingen in een bestand, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet politiegegevens;
c. het bevorderen van het gericht inwinnen en aanvullen van criminele inlichtingen en andere gegevens die in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde in aanmerking komen voor verwerking op grond van de Wet politiegegevens;
d. het analyseren van criminele inlichtingen en het aan de hand daarvan: 1°. signaleren van criminaliteitsontwikkelingen, voorzover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
2° periodiek verslag doen ten behoeve van criminaliteitsbeelden;
1°. signaleren van criminaliteitsontwikkelingen, voorzover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
2° periodiek verslag doen ten behoeve van criminaliteitsbeelden;
e. het ter beschikking stellen van criminele inlichtingen overeenkomstig artikel 10, vijfde lid, van de Wet politiegegevens.
2. Ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, maken criminele inlichtingen eenheden gebruik van de door de Ministers aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex.
3. De uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder c, met medewerking van personen als omschreven in artikel 1, onder d, wordt uitsluitend verricht door de criminele inlichtingen eenheid.