BWBR0011685
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 11
Regeling criminele inlichtingen eenheden
1. De bij de criminele inlichtingen eenheid in gebruik zijnde vertrekken zijn afsluitbaar en beveiligd. Tot deze vertrekken hebben slechts toegang ambtenaren die deel uitmaken van de criminele inlichtingen eenheid, personen die door deze ambtenaren worden begeleid en de CIE-officier van justitie.
2. In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de korpsbeheerder aan anderen toegang zonder begeleiding toestaan, indien het betreden van de vertrekken alleen kan plaatsvinden nadat identiteitsgegevens elektronisch zijn vastgelegd en de toegang noodzakelijk is vanuit de verantwoordelijkheid voor de ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid.
3. Bij afwezigheid van ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid zijn de vertrekken deugdelijk afgesloten.
2. In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de korpsbeheerder aan anderen toegang zonder begeleiding toestaan, indien het betreden van de vertrekken alleen kan plaatsvinden nadat identiteitsgegevens elektronisch zijn vastgelegd en de toegang noodzakelijk is vanuit de verantwoordelijkheid voor de ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid.
3. Bij afwezigheid van ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid zijn de vertrekken deugdelijk afgesloten.