Artikel 1
1. Een beginseltoestemming betreft slechts de opneming van één buitenlands kind ter adoptie; toestemming kan echter worden verleend voor de opneming van:
a. broer(s) en/of zuster(s), dan wel
b. twee of meer kinderen, al dan niet uit één familie, tussen wie een, in beginsel door middel van bescheiden aangetoonde, zodanige relatie bestaat dat zij bezwaarlijk gescheiden kunnen worden.
2. In beide gevallen dient uit onderzoek, verricht door de raad voor de kinderbescherming, de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders voor de verzorging en opvoeding van meer dan een buitenlands kind aannemelijk te zijn geworden.
a. broer(s) en/of zuster(s), dan wel
b. twee of meer kinderen, al dan niet uit één familie, tussen wie een, in beginsel door middel van bescheiden aangetoonde, zodanige relatie bestaat dat zij bezwaarlijk gescheiden kunnen worden.
2. In beide gevallen dient uit onderzoek, verricht door de raad voor de kinderbescherming, de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders voor de verzorging en opvoeding van meer dan een buitenlands kind aannemelijk te zijn geworden.