BWBR0011582
Geldig vanaf 2000-09-08
Artikel 5
Besluit subsidies regionale investeringsprojecten 2000
1. Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten van verkrijging van grond, bedrijfsgebouwen en duurzame bedrijfsuitrusting, met uitzondering van:
a. grond, bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidie-ontvanger heeft verkregen van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
b. niet permanent in het bedrijf aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
c. immateriële vaste activa zoals omschreven in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, daaronder niet begrepen legeskosten van bouw- en milieuvergunningen.
2. In afwijking van het eerste lid, onder a, worden als projectkosten wel in aanmerking genomen de kosten van verkrijging van:
a. bedrijfsgebouwen en duurzame bedrijfsuitrusting die specifiek ten behoeve van het project vervaardigd zijn;
b. duurzame bedrijfsuitrusting die in serie voor de markt geproduceerd wordt;
c. duurzame bedrijfsuitrusting die verkregen is van een in het buitenland gevestigd natuurlijke persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort.
3. In afwijking van het eerste lid worden als projectkosten wel in aanmerking genomen binnen drie maanden voor de indiening van de aanvraag gemaakte kosten van verkrijging van grond of bestaande bedrijfsgebouwen, mits de desbetreffende notariële akte tot levering wordt verleden na de indiening van de aanvraag.
4. Het vereiste dat de kosten moeten zijn betaald is niet van toepassing op kosten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, 2°, onder b, 3°, en onder c, 3°, en in artikel 6, derde lid, onder c.
a. grond, bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidie-ontvanger heeft verkregen van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
b. niet permanent in het bedrijf aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
c. immateriële vaste activa zoals omschreven in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, daaronder niet begrepen legeskosten van bouw- en milieuvergunningen.
2. In afwijking van het eerste lid, onder a, worden als projectkosten wel in aanmerking genomen de kosten van verkrijging van:
a. bedrijfsgebouwen en duurzame bedrijfsuitrusting die specifiek ten behoeve van het project vervaardigd zijn;
b. duurzame bedrijfsuitrusting die in serie voor de markt geproduceerd wordt;
c. duurzame bedrijfsuitrusting die verkregen is van een in het buitenland gevestigd natuurlijke persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort.
3. In afwijking van het eerste lid worden als projectkosten wel in aanmerking genomen binnen drie maanden voor de indiening van de aanvraag gemaakte kosten van verkrijging van grond of bestaande bedrijfsgebouwen, mits de desbetreffende notariële akte tot levering wordt verleden na de indiening van de aanvraag.
4. Het vereiste dat de kosten moeten zijn betaald is niet van toepassing op kosten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, 2°, onder b, 3°, en onder c, 3°, en in artikel 6, derde lid, onder c.