BWBR0011582
Geldig vanaf 2000-09-08
Artikel 10
Besluit subsidies regionale investeringsprojecten 2000
Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:
a. indien hij de subsidiabele kosten van het project op minder dan € 4 500 000 raamt;
b. in geval bij ministeriële regeling is bepaald dat subsidie zal worden verstrekt voor projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, c, of d, indien hij de subsidiabele kosten op minder dan € 13 600 000, € 45 300 000 onderscheidenlijk € 13 600 000 raamt;
c. in geval bij ministeriële regeling is bepaald dat subsidie zal worden verstrekt voor projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d, indien de aanvrager niet heeft aangetoond dat hij met betrekking tot de uitvoering van het project binnen concernverband een bestaande of op te richten zusteronderneming heeft die met betrekking tot de uitvoering van een soortgelijk project op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie een beroep kan doen op een gepubliceerde steunmaatregel van de desbetreffende overheid en dat de besluitvorming ten aanzien van de uitvoering van het project is voorbehouden aan de leiding van het concern;
d. indien ter zake van het project waarop de aanvraag betrekking heeft reeds subsidie is verstrekt vanwege een provincie met gebruikmaking van een door het Rijk verstrekte uitkering in het kader van het regionaal beleid, bestemd voor stimulering van investeringen door ondernemers;
e. indien de projectkosten voor minder dan 25 procent met eigen middelen worden gefinancierd;
f. indien de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen, gezien de rentabiliteit en de aard van het bedrijf, naar verwachting niet aanvaardbaar zal zijn nadat na uitvoering van het project de bedrijfsactiviteiten een aanvang hebben genomen;
g. indien de gewenste structuur van de betrokken sector van het bedrijfsleven zich tegen het project verzet.
a. indien hij de subsidiabele kosten van het project op minder dan € 4 500 000 raamt;
b. in geval bij ministeriële regeling is bepaald dat subsidie zal worden verstrekt voor projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, c, of d, indien hij de subsidiabele kosten op minder dan € 13 600 000, € 45 300 000 onderscheidenlijk € 13 600 000 raamt;
c. in geval bij ministeriële regeling is bepaald dat subsidie zal worden verstrekt voor projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d, indien de aanvrager niet heeft aangetoond dat hij met betrekking tot de uitvoering van het project binnen concernverband een bestaande of op te richten zusteronderneming heeft die met betrekking tot de uitvoering van een soortgelijk project op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie een beroep kan doen op een gepubliceerde steunmaatregel van de desbetreffende overheid en dat de besluitvorming ten aanzien van de uitvoering van het project is voorbehouden aan de leiding van het concern;
d. indien ter zake van het project waarop de aanvraag betrekking heeft reeds subsidie is verstrekt vanwege een provincie met gebruikmaking van een door het Rijk verstrekte uitkering in het kader van het regionaal beleid, bestemd voor stimulering van investeringen door ondernemers;
e. indien de projectkosten voor minder dan 25 procent met eigen middelen worden gefinancierd;
f. indien de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen, gezien de rentabiliteit en de aard van het bedrijf, naar verwachting niet aanvaardbaar zal zijn nadat na uitvoering van het project de bedrijfsactiviteiten een aanvang hebben genomen;
g. indien de gewenste structuur van de betrokken sector van het bedrijfsleven zich tegen het project verzet.