BWBR0011562
Geldig vanaf 2000-09-09
Artikel 4
Regeling impuls beroeponderwijs voor instellingen 2000
1. De minister verleent de aanspraak op een aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, slechts indien het bevoegd gezag van de instelling vóór 21 september 2000 een verzoek indient bij de minister. Een verzoek dat na 21 september wordt ingediend wordt afgewezen. Het bevoegd gezag zendt een afschrift van het verzoek aan de Bve Raad.
2. In het verzoek is opgenomen:
a de naam van de contactpersoon bij de instelling voor het project;
b een verklaring dat de instelling voor 1 november 2000 een projectplan en voor 1 mei 2001 een eindrapportage zendt aan de Bve Raad.
3. De eindrapportage, bedoeld in het tweede lid onder b, omvat tenminste:
a de uitwerking van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, gericht op instroom en doorstroom van deelnemers uit het vmbo in 2003;
b een duidelijke en concrete omschrijving van de voorgestelde opbrengst van het project op 1 mei 2001 en de wijze waarop deze opbrengst bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld onder a, in 2003;
c een duidelijke en concrete omschrijving van de uitvoering van de activiteiten van het project die voldoet aan eisen van kwaliteit, waaronder in elk geval de eis dat het project aansluit op kenbare en relevante beleidsontwikkeling terzake binnen de instelling;
d de wijze waarop met scholen als bedoeld in artikel 21 van de Wet op het voortgezet onderwijs die vmbo verzorgen in de regio en en landelijke organen wordt samengewerkt.
4. Het project wordt voor 1 mei 2001 afgerond.
2. In het verzoek is opgenomen:
a de naam van de contactpersoon bij de instelling voor het project;
b een verklaring dat de instelling voor 1 november 2000 een projectplan en voor 1 mei 2001 een eindrapportage zendt aan de Bve Raad.
3. De eindrapportage, bedoeld in het tweede lid onder b, omvat tenminste:
a de uitwerking van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, gericht op instroom en doorstroom van deelnemers uit het vmbo in 2003;
b een duidelijke en concrete omschrijving van de voorgestelde opbrengst van het project op 1 mei 2001 en de wijze waarop deze opbrengst bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld onder a, in 2003;
c een duidelijke en concrete omschrijving van de uitvoering van de activiteiten van het project die voldoet aan eisen van kwaliteit, waaronder in elk geval de eis dat het project aansluit op kenbare en relevante beleidsontwikkeling terzake binnen de instelling;
d de wijze waarop met scholen als bedoeld in artikel 21 van de Wet op het voortgezet onderwijs die vmbo verzorgen in de regio en en landelijke organen wordt samengewerkt.
4. Het project wordt voor 1 mei 2001 afgerond.