BWBR0011558
Geldig vanaf 2014-02-10
Artikel 26
Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden
1. In aanvulling op het gestelde in de artikelen 24en 25wordt ten aanzien van een plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting het volgende proces in acht genomen:
a. Alvorens het voorgenomen besluit van de selectiefunctionaris wordt voorgelegd aan de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting wordt dit voorzien van zowel interne als externe justitiële informatie, in ieder geval van een advies van de directeur en van een GRIP-rapportage, omtrent het vlucht- en maatschappelijk risico of het risico op voortgezet crimineel handelen van betrokkene.
b. De selectiefunctionaris hoort de betrokken gedetineerde alvorens een beslissing omtrent de plaatsing te nemen. De eventueel door de gedetineerde tegen de plaatsing aangevoerde argumenten worden in een verslag vastgelegd.
c. Indien binnen de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting geen consensus wordt bereikt over het advies tot plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting, gaat de selectiefunctionaris enkel tot plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting over met instemming van de divisiedirecteur IZ. In alle andere gevallen wordt de divisiedirecteur IZ door of namens de selectiefunctionaris geïnformeerd over de genomen beslissing.
2. Indien feiten of omstandigheden bekend zijn geworden die wijzen op een onmiddellijk dreigend ontvluchtingsgevaar of een ernstig gevaar voor personen of goederen, kan spoedshalve afgeweken worden van de in het eerste lid gestelde procedure. In dat geval spreekt de selectie-adviescommissie zich in de eerstvolgende vergadering alsnog uit over het plaatsingsbesluit.
3. De selectiefunctionaris neemt ambtshalve elke twaalf maanden een besluit omtrent de verlenging van het verblijf in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting. De eerste besluitvorming over verlenging of beëindiging van het verblijf in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting vindt plaats twaalf maanden na de plaatsing van betrokkene in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting.
4. Bij het nemen van de beslissing, bedoeld in het derde lid, wordt het volgende proces in acht genomen:
a. Ten behoeve van de besluitvorming stelt de directeur van een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting elf maanden na de plaatsing dan wel laatste beslissing omtrent de verlenging van het verblijf in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting, een advies over de gedetineerde op.
b. Alvorens hij het advies indient, wint de directeur beschikbare informatie over de gedetineerde in. De directeur wendt zich vervolgens ter verkrijging van externe justitiële informatie tot onder meer het GRIP en het Openbaar Ministerie, en verzamelt en analyseert de beschikbare gegevens.
c. De directeur bespreekt het advies met de gedetineerde alvorens deze naar de selectiefunctionaris te verzenden. Eventuele opmerkingen van de gedetineerde worden in het advies vastgelegd.
d. Indien de selectiefunctionaris overweegt de plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting te verlengen hoort hij de gedetineerde. De eventuele door de gedetineerde aangevoerde bezwaren worden in een verslag vastgelegd.
e. Indien het advies daartoe aanleiding geeft, legt de selectiefunctionaris de beschikbare informatie voor aan een psychiater.
f. De selectiefunctionaris legt, de onder a tot en met c bedoelde informatie, voorzien van zijn voorgenomen besluit ter advisering voor aan de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting. Indien binnen de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting geen consensus wordt bereikt over het advies tot verlenging van de plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting, gaat de selectiefunctionaris enkel tot verlenging van de plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting over met instemming van de divisiedirecteur IZ. In alle andere gevallen worden de divisiedirecteur IZ en de divisiedirecteur GW/VB door of namens de selectiefunctionaris geïnformeerd over de genomen beslissing.
5. Een in een extra beveiligde inrichting verblijvende gedetineerde wiens strafrestant nog slechts anderhalf jaar of minder bedraagt wordt uit de extra beveiligde inrichting geplaatst, tenzij:
a. er sprake is van een uitlevering of dreigende uitlevering,
b. er nog immer sprake is van een onaanvaardbaar maatschappelijk risico bij ontvluchting of op voortgezet crimineel handelen,
c. de gedetineerde in de voorafgaande periode van een jaar ontvlucht is, een ontvluchtingspoging heeft gedaan, zich schuldig heeft gemaakt aan voortgezet crimineel handelen of op andere wijze de orde en veiligheid in de inrichting ernstig in gevaar heeft gebracht, of
d. er nog steeds valide informatie van onder meer het GRIP of het Openbaar Ministerie aanwezig is omtrent een reëel vluchtgevaar van de gedetineerde of voortgezet crimineel handelen.
6. Een in een afdeling voor intensief toezicht verblijvende gedetineerde wiens strafrestant nog slechts 6 maanden of minder bedraagt wordt uit de afdeling voor intensief toezicht geplaatst, tenzij:
a. er sprake is van een uitlevering of dreigende uitlevering,
b. er nog immer sprake is van een onaanvaardbaar maatschappelijk risico bij ontvluchting of op voortgezet crimineel handelen of ongeoorloofd contact,
c. de gedetineerde in de voorafgaande periode van een jaar ontvlucht is, een ontvluchtingspoging heeft gedaan, zich schuldig heeft gemaakt aan voortgezet crimineel handelen of op andere wijze de orde en veiligheid in de inrichting ernstig in gevaar heeft gebracht, of
d. er nog steeds valide informatie van onder meer het GRIP of het Openbaar Ministerie aanwezig is omtrent een reëel vluchtgevaar van de gedetineerde of voortgezet crimineel handelen.
7. De directeur van een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting kan in verband met nieuwe feiten de selectiefunctionaris tussentijds voorstellen de gedetineerde over te plaatsen. Ten behoeve van de besluitvorming kan de selectiefunctionaris de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting om advies vragen. De selectiefunctionaris kan, na instemming van de divisiedirecteur IZ en de divisiedirecteur GW/VB, op basis van het vastgestelde feitenmateriaal tot overplaatsing van de betrokken gedetineerde besluiten. In dat geval wordt de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting achteraf geïnformeerd.
a. Alvorens het voorgenomen besluit van de selectiefunctionaris wordt voorgelegd aan de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting wordt dit voorzien van zowel interne als externe justitiële informatie, in ieder geval van een advies van de directeur en van een GRIP-rapportage, omtrent het vlucht- en maatschappelijk risico of het risico op voortgezet crimineel handelen van betrokkene.
b. De selectiefunctionaris hoort de betrokken gedetineerde alvorens een beslissing omtrent de plaatsing te nemen. De eventueel door de gedetineerde tegen de plaatsing aangevoerde argumenten worden in een verslag vastgelegd.
c. Indien binnen de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting geen consensus wordt bereikt over het advies tot plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting, gaat de selectiefunctionaris enkel tot plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting over met instemming van de divisiedirecteur IZ. In alle andere gevallen wordt de divisiedirecteur IZ door of namens de selectiefunctionaris geïnformeerd over de genomen beslissing.
2. Indien feiten of omstandigheden bekend zijn geworden die wijzen op een onmiddellijk dreigend ontvluchtingsgevaar of een ernstig gevaar voor personen of goederen, kan spoedshalve afgeweken worden van de in het eerste lid gestelde procedure. In dat geval spreekt de selectie-adviescommissie zich in de eerstvolgende vergadering alsnog uit over het plaatsingsbesluit.
3. De selectiefunctionaris neemt ambtshalve elke twaalf maanden een besluit omtrent de verlenging van het verblijf in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting. De eerste besluitvorming over verlenging of beëindiging van het verblijf in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting vindt plaats twaalf maanden na de plaatsing van betrokkene in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting.
4. Bij het nemen van de beslissing, bedoeld in het derde lid, wordt het volgende proces in acht genomen:
a. Ten behoeve van de besluitvorming stelt de directeur van een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting elf maanden na de plaatsing dan wel laatste beslissing omtrent de verlenging van het verblijf in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting, een advies over de gedetineerde op.
b. Alvorens hij het advies indient, wint de directeur beschikbare informatie over de gedetineerde in. De directeur wendt zich vervolgens ter verkrijging van externe justitiële informatie tot onder meer het GRIP en het Openbaar Ministerie, en verzamelt en analyseert de beschikbare gegevens.
c. De directeur bespreekt het advies met de gedetineerde alvorens deze naar de selectiefunctionaris te verzenden. Eventuele opmerkingen van de gedetineerde worden in het advies vastgelegd.
d. Indien de selectiefunctionaris overweegt de plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting te verlengen hoort hij de gedetineerde. De eventuele door de gedetineerde aangevoerde bezwaren worden in een verslag vastgelegd.
e. Indien het advies daartoe aanleiding geeft, legt de selectiefunctionaris de beschikbare informatie voor aan een psychiater.
f. De selectiefunctionaris legt, de onder a tot en met c bedoelde informatie, voorzien van zijn voorgenomen besluit ter advisering voor aan de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting. Indien binnen de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting geen consensus wordt bereikt over het advies tot verlenging van de plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting, gaat de selectiefunctionaris enkel tot verlenging van de plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting over met instemming van de divisiedirecteur IZ. In alle andere gevallen worden de divisiedirecteur IZ en de divisiedirecteur GW/VB door of namens de selectiefunctionaris geïnformeerd over de genomen beslissing.
5. Een in een extra beveiligde inrichting verblijvende gedetineerde wiens strafrestant nog slechts anderhalf jaar of minder bedraagt wordt uit de extra beveiligde inrichting geplaatst, tenzij:
a. er sprake is van een uitlevering of dreigende uitlevering,
b. er nog immer sprake is van een onaanvaardbaar maatschappelijk risico bij ontvluchting of op voortgezet crimineel handelen,
c. de gedetineerde in de voorafgaande periode van een jaar ontvlucht is, een ontvluchtingspoging heeft gedaan, zich schuldig heeft gemaakt aan voortgezet crimineel handelen of op andere wijze de orde en veiligheid in de inrichting ernstig in gevaar heeft gebracht, of
d. er nog steeds valide informatie van onder meer het GRIP of het Openbaar Ministerie aanwezig is omtrent een reëel vluchtgevaar van de gedetineerde of voortgezet crimineel handelen.
6. Een in een afdeling voor intensief toezicht verblijvende gedetineerde wiens strafrestant nog slechts 6 maanden of minder bedraagt wordt uit de afdeling voor intensief toezicht geplaatst, tenzij:
a. er sprake is van een uitlevering of dreigende uitlevering,
b. er nog immer sprake is van een onaanvaardbaar maatschappelijk risico bij ontvluchting of op voortgezet crimineel handelen of ongeoorloofd contact,
c. de gedetineerde in de voorafgaande periode van een jaar ontvlucht is, een ontvluchtingspoging heeft gedaan, zich schuldig heeft gemaakt aan voortgezet crimineel handelen of op andere wijze de orde en veiligheid in de inrichting ernstig in gevaar heeft gebracht, of
d. er nog steeds valide informatie van onder meer het GRIP of het Openbaar Ministerie aanwezig is omtrent een reëel vluchtgevaar van de gedetineerde of voortgezet crimineel handelen.
7. De directeur van een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting kan in verband met nieuwe feiten de selectiefunctionaris tussentijds voorstellen de gedetineerde over te plaatsen. Ten behoeve van de besluitvorming kan de selectiefunctionaris de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting om advies vragen. De selectiefunctionaris kan, na instemming van de divisiedirecteur IZ en de divisiedirecteur GW/VB, op basis van het vastgestelde feitenmateriaal tot overplaatsing van de betrokken gedetineerde besluiten. In dat geval wordt de selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting achteraf geïnformeerd.