BWBR0011516
Geldig vanaf 2000-08-03
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 2000
1. De directeur van de DCMR brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de hoofdofficier van justitie te Rotterdam verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de CITO-toets en hoeveel personen in dat jaar voor die CITO-toets zijn geslaagd.
2. Dit verslag wordt eveneens toegezonden aan de Minister van Justitie, Directie Bestuurszaken, Postbus 20300 te Den Haag.
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de CITO-toets en hoeveel personen in dat jaar voor die CITO-toets zijn geslaagd.
2. Dit verslag wordt eveneens toegezonden aan de Minister van Justitie, Directie Bestuurszaken, Postbus 20300 te Den Haag.